ploeterend met de fiets
aan de hand krakend over
een dood spoor van gewiste paden
langs grauwe geknotte wilgen
en sneeuwpoppen
met geknakte, geheven armen
in overgave
sneeuwvlokken sneuvelen
op vaalbruine hazen vluchtend door
de ochtendschemering
over schrale akkers
hun legers verlatend als
deserteurs het ijzige front
voordat de kou…
Ik stroom langs beide oevers
voorbij
heidevelden, hooilanden en houtwallen
metaalblauwe weidebeekjuffers
komen langszij baltsen
vrolijk als boven mij een woelmuisje
gespietst wordt waar
doornig struweel
gedijt
door een baars verstoord
dwarrelt en danst, als een wolk
het lemige zand, waarop
een zomerse bui tikt
en trommelt op mij…