Zij is geen smaakmaker
geen aangenaam kruid
op zijn gepeperde tong
Toch proeft hij elke subtiliteit
van de zoetheid
die schuilgaat achter haar vuur
tot de verbittering toeslaat
als hij gericht wrijft
Ze blijft dan nooit keurig
op de rand van zijn bord
ze dringt in alles door
waar hij haar niet proeven wil
en verandert eten
in iets…
De zwakke zachtheid die hij veinst
in momenten van overactiviteit
bij innerlijke onrust
Geforceerde vriendelijkheid
als zijn geest de zintuigen
niet meer volgen kan
is een laatste strohalm
tegen desintegreren
Welwillendheid staat paraat
een winterjas die hij aantrekt
voordat iets
noch iemand
daarom vraagt
Hij moet wel
flexibel…
In die getrokken cirkels
van je denkbare gedachten
vreet de angst zich
vast in keurige woorden.
Die moordende onschuld
beantwoord met rotstilte
verziekt het gedode denken
bijna onvergeeflijk cynisch.
In deze kooi van vrijheid
ene schamele optie
van ondraaglijke lichtheid
dat schijnheilig verbond.
De stilstaande herhaling
als variaties…
Met uitgestrekte armen
tegen een straal licht.
De kliniek smelt
onder mij
vloeren, muren
tijd.
Een wind die in mijn longen brandt
opent mijn zicht.
Jouw ogen – miljarden
in één enkele vonk
rijkdom
die niet in geld te vatten is.
En al blijven we vreemden
smelt elke grens
gekweld door die seconden
die niet geteld konden worden…