de deur die niet opengaat
netgedicht
de kamer stinkt naar citroen en perzik
die niemand meer eet de blinden klepperen
hard alsof een vuist ze opent en dichtrukt
ik blijf op de stoep stof krast mijn keel
de klok slaat door mijn botten over de heide
blaren fluisteren zeg het zeg het toch
mijn mond zit vol zand ik wil roepen
wie luidt loopt al weg voor ik durf
het land was eden…

Bezig met laden