Toen Gij zijt heengegaan die nacht,
- o, 'k weet het nog als was 't van gister nauw, -
lag over huis en straat de sneeuwen vacht,
de wind blies rauw, heel fel en rauw.
Geen woord, dat U weerhouden had
wellicht, heb ik gezegd; - 'k heb niets gedaan,
dat U deed keren; stom en stijf, met glad
gezicht zag ik tot U en - liet U gaan!…
Ik weet een simpel liedje,
heel klein, maar diep van zin;
ik weet een simpel liedje,
- mijn smarte weent daarin.
Klaagt zoetjes, vedelsnaren!
De Lente is lang voorbij,
de Zomer is heengevaren,
Herfst en Winter nabij…
Klaagt zoetjes, vedelsnaren!
Al-treurnis is nabij
voor mij.
Ik weet een simpel liedje,
heel klein, maar zo vol smart…
Ik…