Zij zonken weg in hun diepste ik
het besef kwam bij de papierfabriek
waar zij onder walmende rook struinden
zinnen vol vragen verzonnen
een cruiseschip afzakken zagen
naar de Blauwe Kamer ‘und weiter’
afwaarts
Waar deze tijd al wel niet voor staat
- wat weet Kubrick over de landing?
met Star Trek groot gebracht
luisterden zij op I-pads…
Zie ze toch genieten
sloffend door de shoppingmalls
de retailparadijzen
de gekortwiekte vogeltjes
softijs in de
kuikenknuistjes
druipend langs onbeduidende
miezemuizige koopjestruitjes
achter donkerbruine zuilen
over kinderkopjes kibbelend
gebakken sticks van visdingen
‘met saus!’ op het plein waar ze ooit
rollebollend uit het café…
na palmpasen
en psalmenwalmen
het galmen van het brons
uit de elektrische era
in de lompe klokkentoren
van de kerk der schijnheilige
bevlekkende bezoedelaars
op steenworpafstand
dus vlakbij zeg maar
is reeds sinds ruim twee jaar
gode-zij-dank
op onze knietjes
niet meer te horen
het ja en a-men
als gevolg der hermetisch
dichtgemetselde…