In begrijpelijke taal schreef
de onbegrepen dichter:
Bekijk het maar.
De onbegrepen dichter
schreef een vaag gedicht,
dat moest ook wel.
Charlotte van Abdeien
die ging een stukje rijen
met de fiets.
De dronkaard, zojuist
kwam hij uit de kroeg.
Het was nog vroeg.
De vlegel steelde een
stuk brood. De priester
gaf hem wat beleg.…
In de lente van mijn leven
zal ik nimmer door te streven
op zoek gaan naar geluk.
Bij mens en dier en de natuur
met open blik en zonder vuur
want al het kwade is vergeten.
Als de zomer is gekomen
met lange dagen in de zon
koester ik het reeds gevonden.
Geniet van zoete dromen
totdat herfst ze meeneemt
als blaadjes aan een boom.…