inloggen

Alle inzendingen van Wilhelm G. van Focquenbroch

19 resultaten.

Sorteren op:

Jobs ellende

poëzie
4,0 met 21 stemmen aantal keer bekeken 2.072
De duivel sloeg met felle slagen De vrome Job, aan ziel en lijf; En had hem al zijn goed ontdragen: Maar tot de zwaarste van zijn plagen, Zo liet hij hem alleen zijn wijf.…

GEDACHTEN OVER T ONBESTENDIG GELUK

poëzie
3,0 met 6 stemmen aantal keer bekeken 1.470
Hoe wonderlijk verkeert des werelds vreugd? 't Zoet wordt gevolgd van bittere ongeneugd, En geen geluk, hoe zeer 't de ziel verheugt, Of 't gans ijdel. Wanneer men zich in volle voorspoed vindt, Dan denkt men niet op felle tegenwind; Maar ach! men doolt; want 't los geluk is blind, En zonder breidel. Die gistren noch een tweede Kresus…

Aan Klorimene

poëzie
3,8 met 9 stemmen aantal keer bekeken 1.964
Toen u mijn zuchten steeds mijn liefde kwamen melden, Die ik herkomstig zwoer uit uw volmaakt gezicht; Toen ik geen godheid had dan u en 't minnewicht, Die ik tot Afgoôn van mijn ziel en zinnen stelde. Toen ik in proos, en vaars uw grote glans vertelde, Die ik veel schoonder vond dan 't hemels zonnelicht. Toen mij de weedom van een dodelijke…

Drinklied

poëzie
3,6 met 8 stemmen aantal keer bekeken 2.355
Diogenes, de Wijze, Die woonde in een vat; Hieruit kan men bewijzen, Dat wijsheid woont bij 't nat Indien gij dan de wijsheid mint, In 't vaatje gij die vindt; Kom, volg dan met malkander De grote Alexander Naar 't holle vat, naar 't holle vat, Daar Diogeen in zat. De grote Alexander Sprak tegen Diogeen: Indien ik was…

Gedachten

poëzie
3,0 met 6 stemmen aantal keer bekeken 1.764
Hoe onstandvastig is 't heelal, Met al het gene dat daar in is? Steeds draait 't geluk en 't ongeval, Vermits geen staat zo in 't begin is, Gelijk ze in 't einde wezen zal. Verlossing volgt na zwaar ellend, Mits 't luk het onluk moet verdrijven, Gelijk de smaad de vreugde schendt, Dus kan geen staat in 't eerste blijven, Gelijk zij…

Op Jan

poëzie
3,8 met 11 stemmen aantal keer bekeken 2.037
Is liefde dronkenschap, zo ben ik altijd zat; Schreef Jan lest op een lei. Maar Joris schreef er bij, De Liefde hoeft hier niet, 't is waar behalve dat.…

OP HET AFWEZEN VAN PHILLIS

poëzie
4,0 met 7 stemmen aantal keer bekeken 2.070
Verstoken van de zon, die mij weleer verlichtte, En die wel eertijds placht vreugde in mijn ziel te stichten, Leef ik nu vol verdriet: Wat; leef ik? Neen, ‘k leef niet, Mits dat ik dagelijks voor duizend doôn moet zwichten. Ik leef dan niet: ‘k doe al: wel hoe zou ik niet leven? Ik voel te zeer d’ellende waardoor ik word gedreven En d’eindeloze…

Sonnet

poëzie
3,0 met 17 stemmen aantal keer bekeken 2.989
Laas! Zal mijn onluk dan zijn wreedheid nimmer staken? Zal dan mijn smart, dus lang gerezen in de top, Nooit dalen? Zal mijn ramp dan nimmermeer houden op? Maar steeds volharden in op mij zijn haat te braken? Dus klaagde Phillis laatst, met tranen op haar kaken, En wrong, gelijk ontzind, haar hagelwitte krop: En rukte zo veel haar in een uur…

Voor-val

poëzie
4,7 met 3 stemmen aantal keer bekeken 426
De goede Amyntas zat laatst bij zijn Clorimene, Geheel verrukt van ziel en zin, En puur als spraakloos door zijn min, Sloeg hij geen taal, dan door zijn stenen. Doch juist, wanneer zijn lief hem d'oorzaak hiervan vroeg, Zo springt bij ongeval zijn poort op; En nam (zo 't schijnt) voor hem het woord op, En sprak wat vuil, doch luid…

Aan Klorimene

poëzie
4,0 met 1 stemmen aantal keer bekeken 247
Toen ik u lestmaal, by de leliën en rozen Zo helder pronken zag, en met zo purpren bloos, Zo dacht mij, dat uit spijt de roos verbleekte in 't blozen, En dat meteen uit schaamt' de lelie wierd een roos. Zo doet uw schone verf de roos en lelie duiken, En maakt dat in uw hof, uit hartzeer en verdriet, De bloemen altemaal verdorren op…

Sonnet op een pijp, die ik niet aan kon houwen

poëzie
4,0 met 2 stemmen aantal keer bekeken 289
O gouden zon! wiens licht noch nooit is uit gegaan, Maar die gedurig brandt bij ons, of d'antipoden; Gij, die geen zwavelstok noch vuurslag hebt van noden, Om (of gij wierd gedoofd) u weer in brand te slaan: Gij van wiens vuur al de planeten en de maan Haar leven trekken als de mensen van de broden, Ja, zonder wie ons vuur geen pot zou kunnen…

ZING-ZANG

poëzie
4,0 met 3 stemmen aantal keer bekeken 1.426
IK heb het, bij mijn zolen, Dan eindlijk op mijn huid; Mijn hartje brandt op kolen En springt mijn vel schier uit. De stralen van uw ogen, Bestuurd door Venus' kind, Die doen mij vast verdrogen Als stokvis in de wind. ’k Heb van de nacht gekreten ruim twee paar emmers vol: ’k Heb schier de damp vergeten, Zo is mij ’t hoofd op hol: ’k Heb…

Gezang

poëzie
4,0 met 2 stemmen aantal keer bekeken 644
Indien gij u zegt te branden Door een lonkend aangezicht, Of door twee ivoren handen, Vriend! zo is u 't hoofd te licht: Want de min heeft geen vermogen, Noch in handen, noch in ogen. Liefde krijgt alleen haar luister, Uit het schoon en glinstrend goud; Zonder dat zo is zij duister, En geheel verflauwd, en koud. Had Cupied geen…

Ander

poëzie
2,8 met 5 stemmen aantal keer bekeken 701
Hier ligt in 't onderaardse hok, Het rift van d’arme Mr. F. Begraven onder deze koorsteen: Hij was geboren t' Amsterdam, Zo zwart als een Westfaalse ham, Doorrookt gelijk zijn besjes schoorsteen. De rook was ook zijn element, Waardoor hij menig parkement Heeft om de damp aan stuk gekorven. Hij hemeld' op een donderdag; Had hij gewacht tot…

Grafschrift

poëzie
3,0 met 2 stemmen aantal keer bekeken 558
Van Mr. F. Van Mr. F. ligt 't lichaam in dees kas; Die veel van rook en damptuig heeft geschreven. Die steeds met rook geleek 's mensen leven, 't Geen als een rook verdwijnt en wordt tot as. Zijn geest is ook als rook omhoog gedreven, Gelijk zijn rif hier is tot as gebleven; Alsof het maar verbrande toebak was. -----------------------…

Anders

poëzie
4,4 met 5 stemmen aantal keer bekeken 1.500
Ik ben de plaats die 't rif van Mr. Fok begrijp, Die in de rook zijn leven zag verzwinden: Wat meent gij lezer, dat gij in dat graf zult vinden? Niet als wat as van een schoon uitgeblazen pijp.…

Spes mea fumus est *

poëzie
3,8 met 6 stemmen aantal keer bekeken 850
Wijl ik dus zit en smook een pijpje aan de haard Met een bedrukt gelaat en d'ogen naar de aard', d'Een elboog onder 't hoofd, zoekt mijn gedacht de reden, Waarom 't geval mij plaagt met zo veel straffigheden. De hoop daar op, (die mij vast uitstelt dag aan dag, Schoon dat ik nooit iets goeds van al mijn hopen zag) Belooft mij wederom haast…

Klinkdicht

poëzie
3,0 met 6 stemmen aantal keer bekeken 2.065
Te denken dat in 't eind mijn staat eens zal verkeren En dat ik eindelijk eens zal gelukkig zijn, Te hopen dat in 't eind een heldre zonneschijn De nacht van mijn verdriet eens uit mijn ziel zal weren. Te zien dat in mijn beurs de duiten wat vermeren, En dat ik dagelijks win dukaten bij 't dozijn; Te hebben kelders vol van Franse en Rinse wijn…