Ik wil nú een boom
zelf geplant met vooruitziende blik
uitgegroeid tot een gigant, zó dik.
Van twijg naar tak naar troostrijk bladerdak
de zachte bast tegen mijn groene wang
eronder zitten met antiek verdriet
je raadt het waarschijnlijk allang:
toen het moest, plantte ik hem niet.…
je ziet er wat
bleekjes uit vandaag
ik zie het wel hoor
die glimlach van jou
die door wil breken
alsof je ’t niet uithoudt
zo onbeweeglijk
stil te liggen
elk moment gaat knipogen
overeind wilt schieten
proestend van de lach
het is maar een grap
je bent zo mooi
zoals je bent
zoals je meer dan
ooit naar bloemen ruikt…
Aan harde woorden heeft ze niets
Zij amper zeven jaar
Mama is blij boven in de hemel
Ze maakt er lekker eten klaar
Ze doet de was van engeltjes
En houdt de tuinen schoon
Ze eten gezellig met elkaar
Mama die is doodgewoon
Als ze 's avonds buitenspeelt
Dan kijkt ze soms naar boven
Ze zwaait en mama die zwaait terug
Of ze het nu wel of…