En daar zit zij,
ze is,
ze staart.
Ik laat haar,
ga niet weg.
Ik hoop
en wacht,
op liefde
en hoe het is
met haar.
We zien elkaar,
zij mij,
ik haar,
graag,
heel graag.
En daar zit zij,
ze is,
ze lacht
en staart,
ze wacht.
Zo mooi.…
Daglicht troebelt tussen het
mistpoeder en woekert weg
niemandsland in gelijk de plek
waar klanken verdampen
voorbij het laatste bereik
het ochtendlicht snijdt langs gordijnen
onweerbaar de kamer binnen
het trekt mijn ogen in
zuigt mij de slaap uit
een wederkeer in dag en lichaam
mijn naam mijn oog mijn zinnen
ze waren er vannacht…