Op straat verschuilen mensen zich
in de onzichtbare jassen
van andermans verdenking
Natuurlijk, roept er iemand
Ze hebben een slecht geweten
Zo zitten we gevangen
mijn behoefte om te leven
opgesloten in een spelonk
van mijn gedachten
met samengeknepen ogen
moedeloos zoekend
naar een uitweg
uit de dichte netten
geknoopt van misverstanden…
Middernacht alvast
alleen naar bed – zijn plek
voor hem verwarmen
heeft geen zin
In stabiele zijligging
raden waar hij is
Soms ergens een M
in een hartje vinden
Dat briefje blij opplakken
in mijn jaarboek
's Nachts hem zien liggen
als ik ga plassen, daarna wakker
genoeg om in de war te raken
van zijn…
Toeval bracht jou hier
en mij, ik kijk en zet een stap
dichterbij om je aan te raken
huid en haar, het fluweel
van je blad: wat voel jij
wanneer ik jou streel?
Mijn warmte zoals ik
de jouwe? De zon
in mij?
Mijn tuin is jouw tuin
je staat niet in mijn schaduw
ik alleen in de jouwe
als ik je zon gun
vuur, water, aarde en lucht
je…