inloggen

biografie: Gerrit Krol

Gerrit Krol

Groningen, 1 augustus 1934 –  † 24 november 2013

'Ik wil dat mijn boeken zowel alpha als bèta zijn. Ik wil een hele wereld beschrijven en niet een helft.'

Gerrit Krol werd in 1934 in Groningen geboren. Er kwamen veel boeken in huis bij het gezin, omdat zijn vader als leraar Nederlands op een Mulo vaak presentexemplaren ontving.

Over zijn jeugd in Groningen schrijft Krol in De oudste jongen (1998). Zijn geboortestad en de provincie Groningen spelen in zijn werk een prominente rol, onder meer in de verhalenbundel Halte opgeheven (1976), de novelle Een ongenode gast (1988), de roman De Hagemeijertjes (1990) en de bundel notities De kleur van Groningen (1997).

Hoewel hij in zijn jeugd veel met literatuur in aanraking kwam, leidde de hoop 'de universele waarheid aan te treffen' tot de keuze om wiskunde te gaan studeren. Reeds tijdens die studie ging hij werken als computerprogrammeur bij Shell. In deze functie en later ook in zijn werk als systeemontwerper bij de NAM verbleef hij enige jaren in het buitenland (onder andere in Nigeria). Over zijn werk voor de NAM in Groningen schrijft Krol in het met de ondertitel 'autobiografie' getooide 60000 uur (1998)

In militaire dienst schreef Krol al vier romans, maar het duurde tot 1961 voor er werk in druk verscheen: gedichten in de tijdschriften Barbarber en Hollands Weekblad. Een jaar later verscheen De rokken van Joy Scheepmaker, zijn eerste roman. Het is het (traditioneel vertelde) verhaal van de liefde tussen de net uit dienst gekomen Kraus Koster en het 16-jarige schoolmeisje Joy Scheepmaker. De traditionele schrijfwijze liet Krol vijf jaar later radicaal achter zich. In 1967 kwam Het gemillimeterde hoofd uit, een boek vol korte paragrafen, formules en illustraties over, aldus de auteur, 'het mechanisme van de taal, in het bijzonder van de wiskunde'.

De letters APPI in de titel van Gerrit Krols gelijknamige boek uit 1971 betekenen Automatic Poetry by Pointed Information. APPI is een computerprogramma om gedichten mee te maken. Krol beschrijft de werking en geeft voorbeelden, maar concludeert dat de dichter onmisbaar is. 'Een grap die mislukt is,' noemde hij het jaren later in een interview.

Niet mislukt was de roman over de menswording van een computer, De man achter het raam (1982). Een computer die ontworpen wordt met het doel de mens te benaderen, vertelt hoe hij een lichaam en naam (Adam) krijgt, gesprekken met zijn 'scheppers' heeft en zelfs verliefd wordt. Een originele roman die tevens ontroert als Adam ten slotte ontmanteld wordt.
Vanaf het midden van de jaren tachtig is Krol weer meer traditioneel opgebouwde boeken gaan schrijven. Daarin ontbreken de exacte wetenschappen niet, evenmin als de bespiegelingen over tijd en ruimte, over taalsystemen en over de werking van het menselijk brein, maar deze krijgen een plaats in werk met meer dramatische opbouw.

Vanuit die 'nieuwe stemming' is hij ook ouder werk gaan herschrijven. Zo werd De weg naar Sacramento uit 1977 omgebouwd tot De weg naar Tuktoyaktuk (1987). Aan de nieuwe versie voegde Krol een essay toe over de relatie tussen de twee boeken. 'Ik heb alles maar gecannibaliseerd: het ene boek vreet het andere op. Dat heb ik zonder gewetensbezwaar gedaan, 't is ten slotte mijn eigen boek.'

Een ander voorbeeld van dit cannibaliseren vormen De ziekte van Middleton en Middletons dood. De eerstgenoemde roman, uit 1969, gaat over een man die in de ban is van Margaret Middleton, een Amerikaanse pin-upgirl uit de jaren vijftig met een stel enorme borsten als handelsmerk. De roman is fragmentarisch opgebouwd en bevat zelfs plaatjes. Middletons dood uit 1996 is deels een herschreven versie, maar ook een nieuw verhaal, waarin de ikfiguur terugkijkt op het ontstaan van zijn 'ziekte' en op zijn relaties met vrouwen. In het nu meer verhalende boek zijn de vrouwelijke karakters beter uitgewerkt.


Voor zijn werk heeft Gerrit Krol diverse literaire prijzen ontvangen, waaronder in 1986 de Constantijn Huygens-prijs voor zijn hele oeuvre. In 1996 werd zijn bundel De mechanica van het liegen (bewerkte teksten van lezingen over het verband tussen wetenschap - met name filosofie - en literatuur) bekroond met de Busken Huet-prijs. Als essayist baarde Krol vooral in 1990 opzien met zijn 'bespiegeling over de doodstraf' Voor wie kwaad wil, waarin hij stelling nam tegen het in alle gevallen afwijzen van de doodstraf.

Op 20 oktober 2005 werd Gerrit Krol een eredoctoraat verleend door de Vrije Universiteit te Amsterdam bij haar 125ste verjaardag wegens zijn verdiensten voor de Nederlandse cultuur door een vorm van schrijverschap die literaire kwaliteit paart aan theoretische reflectie en inzichten uit de wetenschappen.

Krol leed aan de ziekte van Parkinson. In 2007 verscheen Duivelskermis, een fictioneel verslag over de wederwaardigheden van zijn ziekteproces. In eigen beheer uitgebracht verscheen in 2011 nog "Moet kunnen", een fragmentarisch werk waarin een keuze van teksten uit het laatste manuscript van de auteur rond het thema Overspel.

Op 24 november 2013 overleed Krol op 79-jarige leeftijd in zijn geboorte- en woonplaats Groningen.


Inzendingen van deze schrijver

16 resultaten.

Ary's tuin

gedicht
3,1 met 24 stemmen 10.158
Het leuke van een tuin is dat je hem voortdurend snoeien moet, of snoeien, noem het oogsten, of wat je zoal met snijbloemen doet, snijden, in een vaas zetten, de stelen, in knop waar men de bloem in ziet, of bloem, noem het poëzie, of gewoon verhaal, want wie niet waagt die knoeit, wie...

De deur

gedicht
2,9 met 96 stemmen 22.851
Ik loop door de lange gang op zoek naar de deur met mijn naam tot ik er ben; ik open hem en trap hem aan de binnenkant weer toe. O, de vreugde een deur te hebben met Krol erop, de vreugde dat mijn bestaan wat dit betreft volledig klopt. ------------------------ uit: 'Polaroid', 1976.

Kadaver

gedicht
4,0 met 1 stemmen 3.561
Een afgedankte autoband rechtop in het water blijkt dichterbij te zijn de rug van een hond, drijvend in een vloot van voorbehoedmiddelen met zijn poten naar beneden, met de andere boten mee, langzaam naar de sluis waar hij wacht, rustig op en neer zolang het nog niet gaat in fase met...

Zomer

gedicht
3,7 met 3 stemmen 2.269
Het land is warm. De weg is wit. Het duin is leeg. De zee is stil. De zon is grijs. De dag is heel. --------------------------------------- uit: 'Polaroid, gedichten 1955-1976'.

Terwijl je loopt

gedicht
4,0 met 2 stemmen 1.129
Komt er in de natuur een rechte lijn voor denk je; de horizon is er een en de zgn. pijpestelen als het giet, spiegelbeelden in een waterplas, de lijn die ze van de wereld scheidt - alleen met je oog half in het water zie je dat precies; evenwicht is ook zoiets, een vrouw als ze, de handen...

Niet te beschrijven

gedicht
3,3 met 7 stemmen 3.076
Niet te beschrijven wat een geur doet in je neus en in het weke van je hersenen, een bloem, strandlucht. Laatst liep ik op de weg toen langs mij streek een vleug van vroeger, van potten inkt en rekenen, wat ik in der eeuwigheid zou zijn vergeten, ik liep er tegenop. Men zegt dat van...

Gezelschap

gedicht
4,5 met 4 stemmen 2.797
Op het moment dat ik de deur sluit 's avonds, heb ik altijd wel iemand naast me staan die daar niet hoort. Iemand die mij zijn diensten aanbiedt zonder een woord, die doet alsof zijn neus bloedt, of die gehurkt zijn veters strikt, of iemand die langs mij heenglipt, met een hoed...

Delfzijl

gedicht
3,8 met 5 stemmen 2.893
Het spoorbiljet werd in de trein reeds afgegeven. Hier ligt het laatste plein voorgoed, breedvoerig om te laten gaan ieder die schedelgevoelig langs de dakgoten zich voortrept, het water haastig bereiken wil, de Pieter Koertsz ziet met de ketting aan de stadspoort, de Bermuda, een...

Londen

gedicht
3,3 met 3 stemmen 6.365
Het plezierige van Londen trouwens van heel Engeland is, dat je daar mensen ontmoet die Engels spreken en daardoor weliswaar - een beetje moeilijk uit te leggen - tot een, laat ik niet zeggen hogere ja, misschien toch wel (in Nederland) hogere in elke geval tot een andere soort...

Teken

gedicht
3,9 met 7 stemmen 13.177
Het stuk papier dat ik eens, belijdende mijn leegte, onbeschreven dichtvouwde, en verzegelde, en verborg tussen de bladen van een boek om iemand over honderd jaar te verneuken – dit papier vond ik vanmorgen terug. Ik was het vergeten, opende het en was zelf verneukt, goed, niet zozeer:...

Ontmoeting

gedicht
2,9 met 57 stemmen 9.005
Opnieuw moesten wij, noodlot, op een stille morgen in maart elkaar zien staan, de straat waar zij stond achterin, voor ik, de handen langs de vensterbank, voorbij het holle der portieken, haar tegenging, ontving wat zij tot het midden had bewaard: een lachje zijdelings, o god hoe dapper...

Ach je moet gewoon alles optellen

gedicht
3,1 met 75 stemmen 52.458
Ach je moet gewoon alles optellen Je telt gewoon alles op Het slechte vergeet de mens en het goede vergroot-ie, je telt gewoon alles op. Dat zeg jij, zegt zij, maar zo werkt het niet niet bij mij. Maar we zijn tenminste één. Welnee, toen wij zogenaamd heerlijk in het gras lagen...

Roodborstje

gedicht
2,6 met 34 stemmen 9.990
Een roodborstje dat tegen het raam tikt. Niet tegen het raam, maar tegen het ei waarin het zit en het ei breekt in tweeën. Niet het ei, maar het ijs dat scheurt van Groenland naar beneden. Een zwarte zee, waarin witte vlakten drijven. Geen vlakten maar bergen. Geen ijs, maar graniet. Nodig...

De kameel

gedicht
3,2 met 42 stemmen 17.676
De kameel heet wel het schip van de woestijn, daar kan ieder over meepraten die op zo'n beest gezeten heeft. Je zit hoog op een stoel als het ware, je gaat wel heen en weer, maar je voelt je daarbij op je gemak, terwijl in de diepte de kop van het beest gelijkmatig naar voren...

Over de ijdelheid

gedicht
3,5 met 31 stemmen 13.729
Wie met een revolver schiet wordt soms afgebeeld: een beetje door de knieën zakkend, pang. op een kleurplaat in te sturen. Maar ga intussen jezelf maar na, bekijk jezelf in een winkelruit - als je ervoor staat, kun je ook je duimen achter de broekriem steken en achterover staan, vooral...

Klassefoto

gedicht
3,3 met 797 stemmen 87.396
Gedrieën in een bank gedreven, ondoorgrondelijk ogenblik van stilte ... de blonde Goudriaan vooraan, de schele Kast, die jongen van Peen ruggelings tegen het Periodiek Systeem, de mooie zware Wieke van der Linden naast de leraar die zij beminde, de kleine Vink, de dorre Krol, magere...