inloggen

Gedichten

gedicht (nr. 1.359):

Ontmoeting

Opnieuw moesten wij, noodlot,
op een stille morgen in maart
elkaar zien staan, de straat
waar zij stond achterin, voor ik,
de handen langs de vensterbank,
voorbij het holle der portieken,
haar tegenging, ontving wat zij
tot het midden had bewaard:
een lachje zijdelings, o god
hoe dapper kunnen wij dan verder!
Wat rest er echter van ons samenzijn?
Mij alleen die pijn toen ik omzag
haar van achteren te zien, de schouders
en de vraag of zij zich redt.

Schrijver: Gerrit Krol
Inzender: C. Wilts, 31 maart 2012


Geplaatst in de categorie: eenzaamheid

2.9 met 59 stemmen aantal keer bekeken 9.763

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!

reageer Geef je reactie op deze inzending: