Vakantie dat 's een pretje, he?
Mamaatje zegt: o jongens, nee!
En achter 't dagblad duikt papa
En doet zo leuk en zegt: wel ja!
Mijn grote zus die kijkt mij aan
Of 'k heel wat lelijks heb gedaan,
En Mie de meid doet ook al dom
En bromt: mijn hoofd loopt nou al om.
Dat zal wel komen daarvandaan
Dat zij niet meer naar school toe gaan…
Volmaakte vreê van 't landelijke rusten:
een brief, een boek, en dan de grammofoon...
Het grasveld is geschoren, de einder schoon,
de vijver uitgediept, geregeld onze lusten.
De zwanen varen traagzaam langs de kusten,
Loh'ngrins onzeker van der Jonkvrouw' woon,
maar God woont hier met zijn papieren kroon,
en deze rust is een volmaakt berusten…
Dwars door de tuinen
Van roos en ranken
Zich ’t pad te banen,
Dan door de lanen
Van zand en dennen
Vluchtig te rennen
Tot waar de kruinen
Van hoge duinen
In ’t blauwe blanken
En zo te naderen
Met zwellende aderen
In laatste loop
De harde golven
En, overdolven,
Hun koele doop.…
AAN MIJN VRIEND S. J. VAN DEN BERGH, DE REDACTEUR DER „AURORA”,
NA ZIJN UITSTAPJE NAAR ENGELAND EN SCHOTLAND.
Kleed vol geuren en vol kleuren,
Balsemkruik voor long en lijf,
Roepstem om het hoofd te beuren
Boven huiszorg en bedrijf;
Jaartij dat ons noodt: Kom buiten!
Zamel van mijn overvloed,
Hoor mijn zangers ’t loflied uiten,
Zo weldadig…