Bestijg de trein nooit zonder uw valies met dromen,
dan vindt ge in elke stad behoorlijk onderkomen.
Zit rustig en geduldig naast het open raam:
gij zijt een reiziger en niemand kent uw naam.
Zoek in 't verleden weer uw frisse kinderogen,
kijk nonchalant en scherp, droomrig en opgetogen.
Al wat ge groeien ziet op 't zwarte…
De reiziger reist heen en weer
Van Amsterdam naar Wormerveer
En ook wel eens naar Krommenie
Naar Beetsterzwaag en Middellie.
Hij leest zijn krant in de coupé
En neemt altijd zijn koffer mee
Hij draagt een witte hoge boord
En als hij zit zegt hij geen woord
Hij praat nooit met een ander heer
De reiziger reist heen en weer.…
Door winteravondmist zijn blauw beslagen
De ruiten van de tram: spectrale kringen
Vervloeien, of vervolgen en doordringen
Elkaar naar stand van lantarens en wagen:
Soms is 't, of reusacht'ge juwelen ringen
Vlak achter 't glas in etalages lagen;
Dan lossen ze op tot halo's, die vervagen
Doorzichtig, wijd, in kleur'ge schemeringen.
En…