aan Betsie
Ze trapten om wat ik bewaren wilde:
luchtkastelen en de schemer die nog niet wanhopig
leunde, me veilig door de late uren droeg.
Ze spraken nooit van hoe het duister invalt
en hoe dat bij de dieren gaat, dat ieder sterft
en weerloos maar genadig wordt.…
Niemand van de grote mensen was nog wakker, zelfs tante Betsie nog niet. Zij en oom Henk logeerden bij hen. Joke vond het maar niks. Tante Betsie was zo druk altijd, en nu nog meer dan anders. 't Was of ze steeds om ma heenfladderde. Joke giechelde; tante Betsie was toch geen vogel?…
Betsie is in 't donker bang!
Ik kan al bij 't eierrak,
Lekker eten - koekenbak!
Ik kom nooit aan moeders schaar.
Pop, wat heb je beeldrig haar;
'k Wou wel dat je praten kon!
Als ik groot ben, zo'n japon!
'k Ben al mee ter kerk geweest!
Spinnenkop - een lelijk beest!
Luie poes, wat heb jij 't goed!…