Lieftallige zuster van schuim
en van as
Ik zeg met een golf en een snik
in mijn hart
Wij zijn niet van 't zelfde laken een pak
In mijn bloknotehut ben ik
en luister
De vele geluiden die ik hier hoor
dringen niet tot mij door,
kunnen mij ook niet deren
Gedachten die ik denk en vanzelf arriveren
Verwijlen een wijle, keren weer…
om in zijn huis
te logeren als hij er niet was
Ik dacht, dan ga ik nog meer
van hem houden
En ja hoor,
door zijn boeken,
zijn foto s aan de muur
zijn planten
zijn muziekinstrumenten
de orde
al het fruit
dat ik op moest maken
En dan het krijsen van de meeuwen
Tenslotte het ‘slaap lekker’
dat ik ‘s morgens vond
op het bloknoot…
Ze scheurde een bladzijde uit zijn bloknoot en schreef er met grote letters op: Deze kamer even niet betreden. ‘Werk in uitvoering’.
Het vel papier legde ze voor de deur op de gang.
Ze deed de deur dicht, sleepte het lege bed er heen en blokkeerde de wielen. Met grote verwachtingvolle ogen volgde hij haar verrichtingen.…
Ik pak een bloknoot.
Titel?
Weet niet zo gauw.
Dus Werktitel = Titel.
Ziezo.
Nu verhaaltje.
Beginzin.
Zou niet weten, komt later wel.
Eerst schrijven wat me invalt.
Hij stiet...
(of stootte?)
Dondert niet, komt later.
Hij stiet/stootte zijn bronstige kop door het raam.
Of toch maar liever een zij?…
Ze pakte pen en bloknoot, concentreerde zich sterk en schreef:
De rol van buitenbeentje kies je niet, die wordt je opgedrongen. Buitenbeentje, zonderling, einzelgänger, misschien is dat allemaal één pot nat; in feite bestaat er geen naam voor ons soort mensen. Ik doel nu op de mensen die op de een of andere manier de sociale boot gemist hebben.…