kon hij de bergen zover krijgen
dat zij hem bezoeken zouden
zijn gebaande paden meedragend
waar het hem zwetend vergaan is
zou hij de geuren nogmaals ruiken
van de struiken waardoor hij kroop
zijn vergaarde schade verdragend
al hem toch zwetend ontgaan zal
mocht hij op beelden wederkeren
of in negatieven draaien
zijn vermaarde daden opdragend…
hij kan vrij bewegen
in zijn eigen huis
waar hij niet stil hoeft te zijn
voor wie daar nooit komen zal
hier gelden zijn regels
niet de tegeltjesonwijsheden
aan de binnenwand
van zijn hersenen geramd
en het spijkerbed
kan er door de voordeur uit
het laatste laagje water
aandachtig opgedweild
alle naklingelende kopjes
kapotgekeild…
heel wat water door de rivier
langs de bomen aan de kant
al dat gras aan de overzijde
van de duimdikke dijken
onbespreekbare bloemen
de zon en de regenwolken
als die nachten op de dagen
van het donkerste naar licht
door muren van bordkarton
met de verf aan de kwasten
verre sterren als verbeelding
van de ordening van ruimte
het gebied…
Als jongeling gekomen
in het mekka van de kunst
ontmoet hij aan het hof van zijn mecenas,
Lorenzo de' Medici de Florence,
denkers, beeldend kunstenaars en schrijvers
Mannen van de geest, het geniale,
elk voor zich een uomo universale
hij beeldhouwde, ontwierp gebouwen,
wijdde zich aan poëzie
schilderen leerde hij pas later
hij bleef…