Het was koud middernacht
gestommel in het hoenderhok
de knuppel, dacht ik
en schoot in mijn sloffen
tussen de dorpel en de deur
vloerde zich een strook licht
op de overloop, een zwarte jas
als molshoop op het tapijt
even verder een paar kisten
te groot voor mijn kleine meid
ik hoor haar hakken tikken
voorbij de tijd, ik slik.…
Bekende namen komen in beeld
van hen die de vergetelheid
voor nu hebben weerstaan
sluiten aan bij onze dierbaren
die ons vertrouwd zijn als sneeuw
op rijp geworden herinneringen
dwarrelend over gelukkige tijden
bij een warm en teder moederhart
dat vanaf het eerste begin
met moederzorg en bescherming
haar hoop doet koesteren
op…
Maar wat, als wijd en zijd de wereldgolven rijzen,
Waar moederzorg noch vlijt ter redding iets verricht!
Gij, zondaar ken u-zelf. De waterstromen klimmen,
De stromen van ’t verderf; rijs uit uw slaapzucht op!
Doch neen, gij sluimert voort, vermaakt met ijdle schimmen,
Gods liefde roept vergeefs. — Uw bloed zij op uw kop!…