Je belandde in mijn armen,
En ging regelrecht naar mijn hart.
Ik wou wel van je houden,
Maar jij bent een meisje van de nacht.
Je zei: wil je me nemen?
Mee naar huis, vroeg ik haar.
Met een stilte stemde je in,
Want spreken viel jou zwaar.
Zwalkend naar je voordeur,
Viel mijn oog op jouw bewegen.
Want zwalken met zo een gratie,
Kom je…
Dat meisje van drie
dat verf zit te mengen
in Rembrandts werkplaats
en zichzelf heeft geschilderd
achter reusachtige pauwen, dat
ben jij, zijn dochter
en geheime leerling die smachtte
naar zijn liefde en bij zijn dood uit nood
en omwille van de kunst trouwde
met haar kameraad Arent
getweeën schilderend
onder zijn naam…
Als jij overdag
Geen oog hebt
Voor mij,
Niet naar mij
Luist'ren wil,
Dan ben ik
Veroordeeld tot
De nacht om je
Aandacht te trekken,
Om je te
Laten merken
Dat ik er ben…