ik val voor het licht dat op je schijnt
gebroken in het kristal van ogen
ik weet dat je in de verte verdwijnt
zonder mededogen
terwijl we over vlakke wegen zwerven
langs leven en een beetje dood
help me overeind, of lijm mijn scherven
mijn kus was jouw voetnoot…
Eenzame wegen volgen me,
als honden zonder naam.
Ze kennen mijn stap,
mijn twijfel,
mijn traagheid.
De zee ligt daar —
onverschillig,
als een god
moe van gebeden.
Vogels snijden door de lucht
alsof vrijheid mij uitsluit.
Ze bestaan waar ik niet kom,
om mijn schaduw
die niet vliegen
kan.
Ik draag mijn trots als een wond,
open, zorgvuldig…