Dat wat Eirôn deed
één stap achterwaarts
op het schaakbord des levens
maakte dat het aanvalsplan
van Alazôn in zijn toren
met dat springende paard
en één vooruitgeschoven pion
onder druk van zichzelf
alsnog mislukken kon
Eirôn was niet bang
keuzes af te stemmen
op het aanbod van zetten
of de tegenstander
simpelweg verslaan
door…
“Deze herfst,
geachte heer Alazôn,
komt het erop aan of men bereid is
kastanjes met krachteloze handen
uit het vuur van het eigen hart
tevoorschijn te toveren,
te weerstaan
wat door alle zetten branden zal.”…
Alazôn daarentegen
kon de zware last van
een verzekerde grootsheid
zonder ezel zeer degelijk
pas na pas met veel kabaal
stuurse bergen overduwen
en de klare lucht duurzaam
bereiken waar uitgespuwde
wolken van kritiek nimmer
als één voortdurende stortregen
hem ieder uur zuur doorweekte
daar hij immers nooit bezweek
onder de brutaalste…
Eirôn liep op haar stilste tenen voorbij
maar was zich niet bewust van het spoor
dat zij achterliet
aan ellende en diep verdriet
bij een deel van het koor
dat haar zowat niet begrepen had
toen zij het lied voorzong
over de sprong die zij aldoor maakt
als wrange wraak op kleinerende kaken
die zich onder gordels van draken
van dames…