Ik ben de grote plaaggeest in uw gras
Ik mol uw tuin en daarom zet u klemmen
Maar ik ben slim en maak -niet af te remmen-
Nog snel een ritje onder uw gewas
Hormonen gieren door mijn warme lijfje
Ik heb een blind date met een mollig wijfje…
toen ook de zon
probeerde te
schuilen voor
zijn eigen schaduw
kon ik wel huilen
omdat geboorte
en dood de
cyclus zijn van
het leven in ons
universum
ik weet nog
dat zij warmte
licht en volop
energie scheen die
in haar bron leefde
zij bleek de
gangmaker te zijn
die als slinger in het
uurwerk van aarde
het leven weg tikte
tot…
wel voelde ik de
spanningsverschillen
toen jij binnen kwam
je verdichtte op
een warme manier
de lucht die om
ons hing met
jouw gezelligheid
waar lachjes eerst
formeel en zuinig waren
klonk nu de hartslag
er door heen van een
geanimeerd samenzijn
nooit was jij
het echte middelpunt
als blikvanger van
alle ogen maar wel de
gangmaker…
zomaar een stem, geur of kleur, een
klank van muziek of de gedachte dat
regen de herfst doet neerdalen, dat
de wind zich telkens tot mij wendt
als een goede vriend, of beter zoals
mezelf ben jij de gangmaker op een
feest waar ik helemaal niet wil zijn, de wijn
smaakt naar azijn en het bier raakt
de snaren van het non-welzijn
inherent aan…
als een pinkfloydiaan
echo's slakende arend
tegen duintoppen en
onbereikbare kammen
als albatros zwevend
op uitslaande wieken
boven krijtwitte rotsen
waar een zilvervlootschip
van het zuidland neerzonk
of uit de koele meren
des doods aan de rand
der laatste wereld
op nova zembla gestrand
waar zij als vlottrekkers
en gangmakers…
Een jaar geleden hebben
een paar pioniers
erudiet en goed
van de tongriem gesneden
een sturm und drang
periode gekend
de site bombarderend
met heliofore, hemelbestormende
door muzen gevoede
helikonpoƫmen
Onvermoeibaar het luchtruim verkennend
met namen strooiend
van eeuwen geleden
eloquente voortrekkers
erudiete gangmakers…