."
De grafmaker zei: "ik wil zijn graf
Wel delven, hij heeft verdiend zijne straf."
En 't karreke voor de poort zegde stil:
"En ik naar 't schavot hem wel voeren wil."
Ginds stond de beul, omhoog, alleen;
Zij brachten er de gevangene heen.
Hij zag hem aan van naderbij -
"En ik, ik wil hem niet doden!" riep hij.…