In de stad waar straten fluisteren
en mensen soms te stil worden,
liep zij -
met een hart dat groter klonk
dan welke raadszaal ooit bevatte.
Ze raapte schaduwen op,
blies er zachtjes licht in
en noemde dat geen werk,
maar plicht,
of gewoon: menselijkheid.
Ze kende de gebaren
van gebroken handen,
hoorde het trillen
van stemmen die niemand…
Onder de avondzon
gloeit haar naam na
Tussen klokslag en lantaarns
brandt een klein, eigenzinnig licht,
geen schijnwerper
maar een lampje dat je opmerkt
als je even stil durft staan.
Ans heette dat licht.
Ze keek je aan
alsof je meer was dan papier,
meer dan cijfers in een rij.
In haar ogen paste een stad
vol zorgen…