De Horlepiep
Nee, Magere Hein ontloop je niet,
ook als je hem nooit hoort of ziet.
Met scherpe zeis en in ’t geniep
danst hij stakerig de horlepiep.
Ik lach en schater; hoe macaber wijs en lied
ook zijn: zijn knekellied verdriet mij niet.…
Mij trokken stille wateren heel diep
De oppervlakte niet bereid te
breken
Hoe prangend er ook door mij werd gekeken
Het steeg totdat het bijna overliep
Ver in mijn hoofd was dat er iemand riep
Wat is er jongen blijf niet langer steken
In wat intuïtief al is geweken
Breek met je godvergeten horlepiep
Het water brak mijn beeld verdween…
Wie kent ze niet uit Sesamstraat,
uit Hamelen, de Onverlaat
de Swiebertjes, de Tovenaars
van lang, lang, lang geleden
zij leefden allen nu vermaard
in Villa Kakelbont bejaard
waar Pippi Langkous net de taart,
met Aart had aangesneden
Ze zongen allen van hiep-hiep,
voor Pommetje en Horlepiep
voor Kluk Kluk die voor het publiek,
iets…