10 resultaten.
We noemen hem Kees XVIII; vers 832-III
netgedicht
2.7 met 3 stemmen
122 *832-III*
zolang ik wacht tot de nacht
in alle zwaarte van zijn zwart
langs mij heen is gegleden
heroverweeg ik mijn verleden
heden en toekomst
alle felle kleuren die ik aanbracht
in de uitwisseling van gedachten
lachend om mijn eigen pretentie
zie ik hier en nu
de ontbrekende essentie
onverschrokken blijf ik staren
in die spiegel…
We noemen hem Kees XVII; vers 201
netgedicht
2.4 met 14 stemmen
190 *201*
Griezels in hun waarde laten
doe je allesbehalve
door zeer Nederlands
als bange schapen
op drooggemalen land
om de zaken heen te blaten
Iedere griezel is van geboorte
evenveel waard
gelijkwaardig, maar
desalniettemin
niet gelijk, niet hetzelfde
noch een statistische werkelijkheid
Tegelijkertijd
is geen griezel uniek…
We noemen hem Kees XIX; vers 006
netgedicht
2.3 met 3 stemmen
82 *006*
De wereld flikkert
geen licht
verteerbare blaadjes
naar binnen,
noch daar buiten
-waar ook geen ziel huist.
Alleen het
onbesuisde niks
luistert indachtig,
nauw, als
de traag druppelende
dauw
op de ochtenden
waarop wíj wachten,
voor bij de poorten
als uitgefaseerde rozen.
‘Sta op, sta op!’
Ik hoor het
mijzelf uitstoten…
We noemen hem Kees XXII; vers 027
netgedicht
2.2 met 6 stemmen
84 *027*
de winterwind speelt
met witte wilde haren
en zilverlicht dwingt
als ingewikkeld garen
tussen de bladerloze
ontwortelde dromen
door tot de haarvaten
van ons levensidioom
ook de wolken zijn stil
uit de onwil tot breken
in aanstekelijk huilen
of meesmuilend gejaag
wat de vraag oproept
of dit heden wel bestaat
door een onhandigheid…
We noemen hem Kees XXIII; vers 742
netgedicht
2.3 met 3 stemmen
115 *742*
Voegen verkleuren in elk vertrek, in alle tijd
die richtingloos verstrijkt als je niet uitkijkt;
minder grijs blijft over, terwijl de afgeprijsde
tegels, in gebroken wit, als de schaduw van
de zilverreiger verder trekt, stuk voor stuk
breken in dit ijle winterlicht. Hij verrekt ‘t
de scheuren af te dichten; de regenbogen
vertakken…
Sjors Boesch – We noemen hem Kees XXIV; vers 283
netgedicht
2.0 met 1 stemmen
68 *283*
De nachtegaal kwam voorbij,
niet voor de eerste laatste maal,
door frasen als zwanenzang,
langzaam beslissende zinnen,
op ‘t witte sterfbed tollen
als in ‘n sterrenhemel.
De knoppen niet uit te zien rollen,
opkomende bollen niet laten knakken
onder volle billen,
knokige knieën
diep in de grond gedrukt;
tenen niet in vechtstand…
Kees XXVI; Kees was hier
netgedicht
3.1 met 7 stemmen
92 In een scharlakenrode weide
vol krokussen en paardenbloemen
hebben ze een prettige
en speelse gewoonte samen.
Zie ze schitteren
vol vuur
en vurige verzen
als de woede van een storm
en figuren die uitroepen;
zie uiteenlopende bedoelingen
van tegenstellingen
in antipoden ontstaan.
Zeker buitengewoon
somber van soort.…
We noemen hem Kees XIV; vers 173
netgedicht
4.0 met 1 stemmen
100 *173*
‘De wereld draait niet om mij
maar om dan te concluderen
dat ik om de wereld draai
zaait onnodige verwarring
omtrent de baan waarin
vanuit willekeurig perspectief
ik verkeer in het heden
wanneer deze woorden
tot leven gelezen worden.
Dat leven wacht niet op mij
maar om dan uit te proberen
of ik op dat leven wacht
bracht overbodig…
We noemen hem Kees XX; vers 173-II
netgedicht
2.0 met 6 stemmen
112 *173-II*
de aarde draait
niet om mij maar
de conclusie dat
ik om de aarde draaide
leidt tot kansloze confusie
over de rol
‘t perspectief waarin ik mij
dan bevind wanneer
woorden gelezen
over leven
worden
‘t zijn wacht niet
op mij maar
de poging om
te achterhalen of
ik
op ‘t zijn wachten zou
heeft onnozele verhalen…
We noemen hem Kees XVI; vers 76-IV
netgedicht
1.8 met 4 stemmen
126 *76-IV*
de boom vraagt
niets dan één
open blijvende
horizon
de aarde draagt
onder onze voeten
geen last
geen luisterende
frisse wind
-die waait
laat ons
niet storen door
het ritme dat
geen haast erkent
niets achterlaat
niets wil
slechts
eenvoudige nabijheid
het moment zijn
laat
dat natuur reageert
met stilte…