We noemen hem Kees XVIII; vers 832-III
*832-III*
zolang ik wacht tot de nacht
in alle zwaarte van zijn zwart
langs mij heen is gegleden
heroverweeg ik mijn verleden
heden en toekomst
alle felle kleuren die ik aanbracht
in de uitwisseling van gedachten
lachend om mijn eigen pretentie
zie ik hier en nu
de ontbrekende essentie
onverschrokken blijf ik staren
in die spiegel der zelfreflectie
de correctie opbouwend ervaren
de gevaren onder ogen zien
en tot bedaren komen
Geplaatst in de categorie: individu

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!