inloggen
voeg je netgedicht toe

Netgedichten over adel

Laatst toegevoegde netgedicht (nr. 57):

Open dag

Bij het krieken van de eerste zonnestralen rees Agathe,
oudste telg van adellijken bloede

De warmte van het laken
waaierde en nam zij mee
in nachtjapon van crème
en capuchon van caramel

Waarin haar schouderlange
haren in mahoniehouten tint
bijeengebonden waren
met een koningsblauw dun lint

Vandaag, dacht zij, is 't Open dag
zij is ons vast wel goed gezind
want het geslacht der Sablonières
laat geen gepeupel binnen

Beneden onze waardigheid,
nee straks ontvangen wij
van mensen enkel hun
nieuwsgierigheid, hun dringen

Hun vragen die 't van hun
cultuurhistorische onwetendheid,
de leefomstandigheden in die tijd
dan absoluut gaan winnen

Allen komen reeds van ver
terwijl wij onderwijl
aan 't déjeuner met goudbokalen, wijnkaraf en van de akkers fijngemalen

Tarwe, bloem in zonnegoud
besmederd met gekarnde
fijngesneden edelkaas
bedekt met marmelade

Zo droomde zij de open dag
bij het ontwaken tegemoet
en rees van legerstede
met haar weldoorvoede leden...

Haar slanke voeten glippen
in de iets te krappe muilen,
dan spoedt zij zich
naar 't boslandschap
geschilderd op gordijnen

Schuift die langzaam, niet te snel
vaneen om daar de zon
door 't openstaande venster
in het klare reine blauw

Met brede glimlach op 't gelaat
en een voldaan gemoed
in stille dankbaarheid
te gaan begroeten...

Buiten poorten der idylle
zamelde zich reeds het volk,
uiteenlopend in rang en stand,
jan en alleman waren
de weergoden ter wille

Een dokterszoon, een querulant
een dominee aan hem verwant
en niet veel later arriveert
janhagel op de bicycletten

Maar alras vermeit men zich
bij kramen waar de kunstenaars
de pottenbakkers en bekwame
schilders met portretten

En anderen hun etenswaar
van regionale akkers
aan de man trachten te brengen
alsmede aan de vrouw

Zo, en niet anders en aldus
werd gaandeweg geleidelijk
allengs van 't toegestroomd
publiek een kinderhand gevuld

Het oude dorpsplein bij de pomp
op steenworp afstand van de kerk,
waar ooit een hoge sokkel stond
met daarop 't pronte ruiterbeeld
van een der heren ter kastele

Dat sinds de komst der suffragettes
in 't begin der voorgen eeuw
van al zijn fiere waardigheid
in één klap werd ontdaan

Waar ook 't geslacht der Bentincks
mengde met de Sablonières,
gelauwerd om hun poëzie,
geprezen sonnettières

Doch met de tweede golf
der feministen was het met
de fijnbesnaarde kunst
der dichteressen als Agathe

Door hun grofheid in 't ontberen
van het schaamrood op hun kaken
en 't ranzeloos gekakel
plotseling en rücksichtslos gedaan

Want zie, daar schuifelt reeds
een jong gezin met koek en zopie,
thermoskan en wat niet al
in golven traag de paden op,
de lange lindelanen in

"O Joost, waar zijt ge,
ziet de drommen
Toe José, verzin een list
de ophaalbrug, ze komen binnen,
niet de Hunnen, nee die niet
maar ratelende hanen
met hun kakelende kippen!"

Zo riep de fijnbesnaarde jonkvrouw
teerbemind doch wereldvreemd...

Haar stond een Open dag
voor ogen als besloten feest
met genodigden die vragen,
niet het volk dat op komt dagen
met z'n kwetterende blagen

Men kwam voor beauty en het beest
te véél voor 'n sensitieve geest -
de Bentincks deed zij haar beklag:
zo is het mooi genoeg geweest!

Schrijver: Max de Lussanet, 2 dec. 2020


Geplaatst in de categorie: adel

2,8 met 5 stemmen 59

Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)