Torenzicht
Ik roep mijn zoon, als hij van de toren springt,
om zich heen kijkt en bijbels gaat braken;
hij waant zich verheven, wil het waarmaken,
er is niemand die hem ketent en bedwingt.
In de hemel wil hij het fijnste spul kopen,
hier op aarde heerst smurrie en klagen;
de vleugel met zijn valse toetsaanslagen
die door grootheidswaanzin dreigt te lopen.
Een leugenaar wil hij niet worden of zijn;
liever is hij iemand die wordt aanbeden,
al zwemt zijn gezicht in wratten en pust.
Zijn mesje porseleint zijn forse baard fijn,
want als redder moet hij zich goed kleden;
de lucht ademt, terwijl hij zichzelf kust.
Geplaatst in de categorie: overig

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!