Rivier onder de appelboom
Geef mij de brede, trage rivieren,
waar wilgen drinken in stille geuren,
de dijken zinloos, de stad doodstil,
winterlandschap met krakende heide, kil.
Ik kwam thuis, het was zacht voor de tijd,
tuinbank klaar onder de appelboom,
buurman spitte, nacht kroop uit de aarde,
blauw licht hing in takken, zoet en waard.
Dingen van de dag verdwenen traag,
geur van hooi vulde de lucht, zo vaag,
speelgoed lag in het gras, nat van dauw,
kinderen lachten in bad, ver en nauw.
Toen hoorde ik ganzenvleugels slaan,
hoog in de hemel, een leeg en stil waan,
iemand kwam naast mij zitten, jij was het,
dichtbij, zeldzaam zacht voor onze leeftijd, net.
Water stroomt traag, neemt alles mee,
leegte blijft om te blijven, zie je?
Onder de appelboom kraakt een tak,
rivier fluistert: blijf hier, maak geen pak.
Porselein van de nacht breekt in twee,
neon van vroeger dooft in de ree,
en de honden van toen beginnen te blaffen,
in de lege tuin, ritmisch en scherp, als lachen.
Ik word wakker met hooigeur in mijn haar,
rivier en appelboom samen, één paar –
gelukkig bleef er iemand zitten, jij,
onder de boom, waar de leegte mij vrij laat.
Zie ook: https://www.tikzin.be
Schrijver: bart devoldere
15 april 2026
Geplaatst in de categorie: algemeen

Er is 1 reactie op deze inzending: