Geen vogel oefent het vliegen.
Geen boom vraagt hoe hij het voorjaar moet dragen.
Water vindt de laagte
zonder aarzelen.
Alleen de mens
komt niet voltooid ter wereld.
Een vinger rust op een eerste woord.
Iemand wacht
tot een ander ziet wat pijn kan zijn.
Zo groeit, bijna ongemerkt,
wat niemand erft.
Op een dag
is er niemand meer…
.'
als ik tekort schiet,
op welk vlak
straf me niet, verniel mij niet
maar zie mij als menswording,
groeiend en verlangend:
naar 1 grote en mooie
gele bloem bloeiend.…
ik weet wel het water van de goot
maakt een put in de steen maar dat is ook Uw droefenis
Gij zijt herworden onder ons
gepijnigde Harlekijn Uw Moeder een schreien geschokte
slons
Wij kunnen slechts zien een God gelijk een Harlekijn
onze tijd is zo zat van leed en van pijn
Uw laatste menswording…