De honing diep verborgen
Achter de te lang doorgegroeide
bleke neusharen.
De hoornaar daast.
De klimmende hangt en steunt
Op alles
Wat dragen kan
En niet hard wegloopt.
Taaihouten spiralen
Wirwar van karig hout.
Een gespikkelde borst
Verstijfd in de achterdeuridylle.…
Het gekraak van m'n linkerbeen
Tracht ik nu m'n neushaar te knippen
Is het zweet op m'n voorhoofd weer koud
Dan roep ik m'n vrouw
En zij rijdt me weg
Op mijn wielen van hout.…
Guur winterweer en een
hele stoet buien
in wildeganzenpas achter elkaar
had evengoed en wellicht
meer dan dat
de start van het vórige jaar
kunnen zijn
met pillen en poeders en
natter dan nat
het multiplexvirus boort zich
in de vaten
een schimmige tocht
naar mitochondriën
op neusharen trillen
miljoenen bacteriën
een mondkapje…
aan 't stockeren
wat ik nu doe, ik laad wat wrakhout op mijn
kar want ik ga een wrakhoutscheepje maken
vol kwaliteitsmomenten, plus maar ook min
de baren moe en zinkt maar vaart naar u toe
de bloesempicknick valt opnieuw in 't water
kijk nog eens door het keukenraam, de hemel
voor de gekwelde dwangbuisduivel u roept
schat, neushaar…