wier waait met de netten mee
de zon rust op een mistbank
boven hare majesteit, de zee
het stromeisje schenkt ruimschoots
wijn en dein, turft de dekzwabbers
geronseld per dozijn
de zeilen bol, het zeeschuim op de rol
recht ze haar rug
met haar kop pal voor de wind
verdwijnt het schip
op de valreep wankelt een vader
schreeuwend om zijn…
Met vallen en opstaan, schuiven en nog eens herschuiven, had het bedrijf toch een paar bekwame mensen weten te ronselen. Ze waren reeds heel de tijd aanwezig, weliswaar op de achtergrond, maar kenden het reilen en zeilen tot in het kleinste detail. Even leek het de goeie kant op te gaan.…