Ik word bevangen door een diep verlangen
Naar sneeuw, maar ach, de winter is vergangen
Een glühweinlied en Stille Nacht gezangen
Stilaan lijkt hij nu reeds
te zijn vergangen
Al is het sprokkelmaand en nog geen maart
Met woerd en eend en meerkoet in de vaart
Dient men geen ijs en weder in de gaard
Mij zijn de tulp en krokus straks meer…
De dagen lengen maar het weer zit tegen
De sprokkelmaand blijkt veel en veel te nat
Het voetpad zijpt en zompt, doorsijperd zat
’t Is droef, net Bloems ‘November’ door die regen
Droef ook door wat ik hier níét in ons land zie:
De krokussen zijn dit keer op vakantie…
We leven, als bekend, nog wel in maart
Waar Mars de oorlogsgod met gouden zwaard
Traditioneel met hagel onrust baart
En als vanouds in stormwinden rondwaart
Nu roert hij in de sprokkelmaand zijn staart
Zelfs de Kalender raakt zo van de kaart
En denkt één dagje nog, dan is 't pas maart
...alsof hij in de sterren had gestaard...…
De morgenstond heeft geen
goud in de mond
alwat blinkt deze ochtend
zijn druppels op glas
een triestige aanblik, dat
gestage gespetter
Ga niet naar buiten zonder
zuidwester
maar op z'n minst met dikke
regenjas
en capuchon of een muts op je tetter
als een kind met laarzen,
stampend in een plas
De sprokkelmaand vliegt om -…
De nagedachtenis van Joseph Haydn, in de maatschappij Felix Meritis den 25 van sprokkelmaand 1810 gevierd.
koor.
Stemming der heiligste smart,
ô Beziel, ô beziel onze zangen!
Doe het weeklagende hart
Kwijnend verlangen! -
Grijp smachtend naar de toon, die Haydns geest gebiedt!…