Hoe glad en nat is het in deze stad,
waar op het spiegelende stadhuisplein
een vluchtige kus leidt tot eeuwig zijn,
één tel ontsnapt aan wat ik niet bevat.
Dooreen gemengd het heden en verleden
met het tijdsbesef onpeilbaar vergleden.…
vandaag alweer mooi weer
de buur verschijnt, hetzelfde weer
we knikken naar de blauwe lucht
alsof daarin iets groots zucht
van mei naar juni is het snel gegaan
van daar naar vroeger nog sneller gedaan
een stadhuisplein, een koets, een vorst
een eeuw die naar wat zonlicht dorst
zo groeit een praatje zonder plan
van hier tot waar de tijd…