Stilaan spreidt de nacht zijn deken uit
bezaaid met sterrenzand.
De zon zet ondertussen haar weg verder
laat ons genieten van haar laatste
warmteopwelling.
De weinige stralen leggen zilveren
draden over de Noordzee.
Haar gloed heeft ons deugd gedaan
ze moest nu eenmaal geen
dwarsliggers verdrijven.…
Hij vangt deze dromen die de nacht laat varen,
glinsterend en vederlicht sterrenzand.
Om ze voor altijd in mijn hart te sparen,
souvenirs uit een onmogelijk land.…
uit een levende geschiedenis
geverfd door en uit de welling van een traan
met de afmeting van een oceaan, dichtbij
binnen handbereik bij ons vandaan, ironie
van een pelgrim die z’n plek onderzoekt, de
ziel heeft zichzelf tot mensheid verklaard
of is die halverwege ingeslapen,
op reis in het heelal, waar zetten
we de hakken in het sterrenzand…
geoogst en getroost door menselijke tranen
met de afmetingen van alle oceanen, lijkt het
dichtbij steeds verder van ons af te staan,
de ironie van pelgrim die z’n bestemming zoekt,
de ziel heeft zichzelf tot mens verklaard
of is die halverwege ingeslapen, of nog op
reis door het heelal, of zijn we nu al
gestrand met de hakken in het sterrenzand…