De schoonste dag in 't leven
is eenendertig mei
ik word mijn tuintje doorge-
dreven
de bloemen volgen mij
ach, meiesschones vogellied
je breekt me in de zinnen
deez'lieve lust; ik kan het niet
het keert mij terug naar binnen
naar wat verdichter leven biedt,
de klok, de meubels en tv:
materie tegen zingen…
alle hoop verbrandt
lang voordat de winter
überhaupt
keurig een beurt krijgt
een stevige depressie zou ons goed doen
met fikse kou in de lucht
handen die al verschralen
ingedroogde lippen
ze barsten
bij enkel de aanblik
van eindeloos ijzige kilte
huiver niet
stop met bibberen
laat de doorgeslagen fantasie
dezer zelfbenoemde verdichter…
Als ik de waarheid spreken zou,
mijn gezichten wou openbaren,
de opgebouwde mist wegblazen;
als verdichter openen voor haar,
op gevoel de richting laten gaan,
vrede vinden door heldere ogen.…