na lemen huizen is beton rot
anekdotisch vallen gele
wederiken met hun punten
op het tapijt - een sterrenbeeld
ik pak een spa
en schop een
struik de tuin uit
ik lees een dichter
die ik nauwelijks nader
erg erudiet, Piet
daarmee houd je
me wakker, met
wat ik niet begrijp
zo kom ik terug
bij de aarde
aan mijn zolen…
nu koude voeten geen thuis meer vinden
onder tafel, zonder zon verkast de warmte zich
tot in de borders van mijn tuin
tussen wederik en Zeeuwse knoopjes
knoopt de dag zich op in regenloze vruchten
schaars gekleed door lege zuchten
sterft magnolia in mei
ik schenk water tussen tenen
waar nog hoopvol groeien heerst; het helpt
de vlinders…
winterkoninkjes wantrouwen
luidruchtig doezelende katten
zwaluwen geven op hoog niveau
een voorstelling grijsblauwe lucht
als décor merels hamsteren
rijpe krenten houtduiven ploffen
lomp in dezelfde struik kijken niet
begrijpend als ik hen geïrriteerd
sommeer te verdwijnen en steeds
die kraaien contrasterend met
teunisbloem en wederik…
betrekt haar nektar
van alles wat groeit en bloeit
het aroma van lavendel geeft naam
letterlijk voor zwendel en blaam
de wilde bij blijft wel bij één soort
niet zo primitief en in de war
zwermt niet - is sjiek en solitair
pak als voorbeeld de slobkopbij
echt een solitair met flair
neemt zonder zonder blozen of blikken
van alle grote wederikken…