inloggen

Alle inzendingen van Aart van der Leeuw

89 resultaten.
Sorteren op:

De bode

poëzie
3,2 met 25 stemmen 2.696
Geen, die de bode welkom heet, Wanneer hij, hoog in blinkend ijzer, Zijn speer laat zinken voor de keizer, En ongenodigd tot hem treedt. Geen huisman, die hij niet verschrikt, Wanneer hij, moe van weer en wegen, Bij 't ruisen van de najaarsregen, Om herberg tegen 't venster tikt. En toch, hoe stovend zwelt de druif, Hoe schijnt…

De jaargetijden

poëzie
3,6 met 19 stemmen 1.898
Lente, de blonde, Winter en zomer, Najaar, de dromer, Innig verbonden Dansen hun ronde. Al de bezonde, Zwellende kelken, 't Rijpen, verwelken, Elk heeft zijn stonde In deze ronde. Wanneer de monden Van deze teersten Lachten zij 't eerste? Wanneer begon de Dans in het ronde? Aan welke wonde Zullen zij sterven,…

Een vaasbeschildering

poëzie
3,2 met 4 stemmen 1.153
Een meisje wiegt en windt zich in de dans Bij 't kwelen van haar zusters dubbelfluit; Hun vreugd verwelkt niet, eeuwig bloeit hun krans, En door geen moeheid wordt die voet gestuit. Toch droom ik: schonk een god hun plotsling rust, Na 't klinken van een laatste, schrille noot, Wellicht, uit wanhoop om hun lange lust, Zag ik ze snikken in…

DE MEEUW

poëzie
3,8 met 8 stemmen 1.787
Tussen de hemel en de zee Volgde ik het zweven van een meeuw, Hoe hel zij steeg, dan nederglee, Een zonnevonk, een vlokje sneeuw. En dacht, genesteld tegen het duin, Waar ik dit spel zat aan te zien: Als ik de meeuw vanaf deez’ kruin, Bespiedt een engel míj misschien. Dat duiken in het zilte leed, Dat klimmen in een feest van glans, De…

De Planten

poëzie
3,4 met 14 stemmen 2.517
Des morgens als de dauw zijn vocht'ge wade nog om de perken toegevouwen houdt, staat reeds de hovenier met noeste spade te werken in de grond, als groef hij goud. Eerst moet hij ras de matten die haar dekten terzij doen schuiven langs zijn druivenkas, blij in de aanblik van de vroeg gewekten: de rijpe trossen, zwellend achter 't glas.…

AAN ZEE

poëzie
4,0 met 3 stemmen 286
0 voorjaarszee, de hyacinthe, Dit strand, het zuidlijk warm getinte, Hier moesten Griekse vrouwen gaan, Diepzingende op de cimbels slaan, En roepen of het kindje kwam, Druifpurper op een brandingskam, Herboren Dionysos, Die lente brengt naar Argos. Zij wisten, wachtend voor het water,…

Blijheid.

poëzie
3,0 met 2 stemmen 300
Kom broeder, snijd het riet In ongelijke pijpen, Dat fluks tot vrolijk lied Uw vruchtloos zuchten rijpe. Dit riet had oók zijn tijd Van wenen over waatren, Nu zij 't aaneengerijd, Dat wíjsjes daaruit klaatren. Vrees niet met juichgefluit Uw zwijgend leed te ontwijden; Het valt tóch eens ten buit Aan ’t alverwinnend blijde. Heeft…

DE WERELD

poëzie
3,8 met 4 stemmen 570
Hij hield de handen voor 't gezicht, Hij dacht door tranen te verstaan, En in dit duister, diep en dicht, Zag hij de bonte wereld aan; Hoe blonk het goud, hoe rees de stad Gehorend opwaarts voor het blauw; Wie ooit gezocht had en bezat, Hoe maakte rook zijn vensters grauw. Hij nam de handen van 't gezicht, En Mei liep lieflijk langs…

Geneurie.

poëzie
4,0 met 2 stemmen 303
Ik zoek in oude legenden, Ik speur in wiegendruk Naar beelden voor mijn ellenden En 't kleed van mijn geluk. Want als de dichters wenen Moet glanzen paarlenschijn, En lachjes willen ze er gene Die niet van zilver zijn. Wat mag zo heerlijk blinken Als eêlsteen en brokaat, En wat kan heller klinken Dan schild waar 't zwaard op slaat?…

DE DICHTER

poëzie
3,7 met 3 stemmen 307
Toen ik nog daar was, twistten om mijn ziel, En voerden, met het zwaard gewapend, strijd, Twee machten, die ik in de handen vie!, De worm zo noemde ik ze en de oneindigheid. Maar zie nu naast mijn grafstee opgericht, Tezaam gebeiteld uit het kuis albast, En warm besprenkeld door het weemlend licht, De beide knapen bij hun kus verrast.…

Wens

poëzie
4,7 met 3 stemmen 228
Mijn aar zij zwaar, Als hem de sikkel telt; Mijn kroon zij schoon, Als hem de bliksem velt. De dood brengt nood, Zo niet vereelt hem reikt De hand een pand, Waaruit de dagvlijt blijkt. Mijn zon, Uw bron Springt nog voor aardse dorst; Ach warm, dat arm Ik niet zal staan, mijn borst. Mijn aar zij zwaar, Als hem de sikkel telt; Mijn…

VOGELS.

poëzie
3,6 met 5 stemmen 516
Zij gunnen mij gaarne 't geheim hunner tale, De roodborst zijn snoeren van bloedkoralen, De merel haar zang als betinkte bokalen, En vinken hun klink-slag op eedle metalen. De duif doet de zoetheid van 't troostende kirren Zacht druipen om voorhoofd en lippen als mirre, De nachtegaal roert door haar smachten tot tranen, En hel schalt de wekroep…

HET GRAAN

poëzie
3,3 met 3 stemmen 434
Zon en wind zijn de gezellen Van de helle vreugd, Die hun moedwil op doet wellen In de bloem der jeugd — Waaiend haar, gekreukte kleedren En een losse strik, Zelfs de ziel draagt lichte veedren Als een leeuwerik. - Maar zich 's middags neer te vleien In het warme graan, Al die gouden arenrijen Rond zich te zien staan, En het wonder…

NA EEN ZOMERFEEST

poëzie
4,5 met 2 stemmen 360
Zij keren huiswaarts van het feest, Hoor, buiten, hoe de stemmen zoemen; Hun dag is Licht, is goed geweest, Een dag, om zich, getooid met bloemen, In blij gezang op te beroemen. Zijn zij niet warm van dartle lust In danspas door 't gewoel geschoven? Wie werd niet op de mond gekust? En is de vuurpijl, 't volk te boven, Tot sterren niet uiteengestoven…

Gebondenen

poëzie
3,3 met 3 stemmen 409
Vreugd is een vogel die woont Hoog boven wolken, in 't blauw, Waar ze op het nest zit getroond, Voedend haar broedsel met dauw. Wij, door het leed, in heur tuin, Worden te sluimren gesust, Schemer en bladeren bruin Weven de wade onzer rust. Soms komt de zon door het grauw, Wind langs het lover gevleugd, Dan snakt ons hart in…

Het huis

poëzie
4,0 met 2 stemmen 419
Dit huis heeft de rust van de maagdelijke duinen Gebroken noch verstoord; Het ligt in het nest van zijn geurige tuinen, Als bracht de grond het voort. En waarlijk, het wèrd ook gewonnen, geboren; Een eedle kunstnaarsdroom Bevruchtte, als het zaad, dat zich mengt met de voren, Het steenblok en de boom. En zo uit die paring, dat innigst…

KRANKHEID

poëzie
4,0 met 2 stemmen 329
Neen, nimmer kan in eenzaamheid Ik met mijzelf verkeren, Of vleugels hangen uitgespreid, Een klauw wil mij bezeren; Een sombre vogel volgt mij staag, Gekromde kling de snavel, Bloedrood de pluimen van zijn kraag, De mantel geel als zwavel. Hef ik het hoofd, om 't meeuwenvolk…

HEIMWEE

poëzie
4,0 met 1 stemmen 420
O paradijs, o bomen, Begeerlijk voor 't gezicht, Kringloop van heilge stromen, Dag van ondoofbaar licht, Niet slechts in 't Boek der Smarte Van 't oude testament, Maar in dit innigst harte Waart ge eens door mij gekend. Ook ík moest eenmaal eten Van de verboden vrucht, Ook ik heb neergezeten In doodsheid en gezucht; Maar nu niet meer…

ALLEN

poëzie
4,0 met 2 stemmen 306
Zijn het enkel maar deez' weingen, Die, de Droom te voet gevallen, Zich aan zijne aanblik reingen? Neen, ik voel de gloed in allen. Als in 't najaar vogelscharen, Zich verzaamlend voor zij trekken, Blanker dan het schuim der baren, Kust en duinenrug bedekken, Eerst in aarzelend gewemel Angstig door elkander kringend, Dan -…

DE SEIZOENEN

poëzie
4,0 met 2 stemmen 668
Najaar, vluchtend langs de wegen, Bijna hebt gij afgelegd 't Rode kleed, dat losgeregen Enkel aan één gesp nog hecht. Langs de zoom der bruine heide Zweef zo ijlings niet voorbij, Zet Uw ben met fruit terzijde, En tot afscheid zegen mij. Ook Uw beide zusters duldden Bij het afgaan van dit pad, Dat mijn gul gebrachte hulde Om een gunst…

ALS ONZE ZIEL NIET ZONG

poëzie
4,0 met 3 stemmen 515
Als onze ziél niet zong, En vreugdedansen sprong, Zouden dan wel de vógels zingen, De bronnen uit de rotsen springen, En had de storm een tong? Als onze hoop haar schat Niet rustloos zocht, en bad, Zou dan de boom zijn bloei en twijgen Zó innig hemelwaarts doen stijgen, Dat hij het blauw omvat? Neen, als de ziel zeer diep In…

UW HANDEN

poëzie
3,8 met 5 stemmen 518
Uw koele handen aan mijn voorhoofd, alle Gedachten die nooit moe van waken branden Bij dag en nacht, zijn kalm in slaap gevallen. Vanwaar de tover toch dier trouwe handen? 1k weet dat wind, wen hij de aromen woelt Uit bloem en voor der vochte zomerlanden En zo doorgeurd, 't ontblote voorhoofd koelt, Met minder leniging die klamheid…

DE VOGELAAR

poëzie
4,0 met 2 stemmen 650
Van de appels 't bloesemsnoer, En langs de groene vloer Der velden knoop en klit, Goudgeel, zacht paars, en wit, De mazen van de zon, De draad, die 't lommer spon, Dit is het blinkend net, Dit is het blinkend net, Hier heimlijk uitgezet. Gij, die vervolgt en jaagt, Loerend wat vlucht belaagt, 0 heilig-groot…

NAJAAR

poëzie
3,0 met 3 stemmen 473
Ons lokt tersluiks een zomerdroom Terug naar 's hemels regiment, Wij zoeken weer Gods blauwe stroom Wiens bedding grens noch bodem kent. Wij waren 't ook zo lang gewoon Met elke luide leeuwerik Te ontstijgen naar dit eeuwig schoon Ons aard-gebonden ogenblik. Wij zagen hoe de donkre grond, Uit zwaarte, lichte wondren…

DICHTEN: SLUIMEREN.

poëzie
4,3 met 3 stemmen 348
Zoals een kind dat zich ontkleedt, Het glimlacht naar 't vergulde raam, Het vouwt zijn helder lijfgoed saam En zoekt zijn sponde, slaap-gereed, Zo is mijn dichter, ook hij legt De last of van den langen dag, Tot hij, getooid slechts met zijn lach, Stil luistert naar wat sluimer zegt, De sluimer, een bewogen boom, Die tot een…

DE ZOEKER TOT ZIJN ZIEL

poëzie
4,5 met 2 stemmen 366
Nu ik me in 't reinst van de nacht Met U vereenzamen mag, Uit zich mijn twijfel als klacht Gaf ik genoeg U deez' dag? Werd mijn geduld en mijn daad, Al wat ik derfde en dorst, Sier voor Uw leest en gelaat Lieflijk juweel op Uw borst? En het geloof in de droom, 't Schoon waar de zoeker naar zucht, Kroont het Uw lover, o boom,…

DE WONING

poëzie
4,0 met 2 stemmen 693
Mijn kleine kamer, mijn laag huis, Eng en vertrouwlijk als een kluis, Waarover zich van wand tot wand De grijsheid van de zoldring spant ; Buiten de drempel het gebloemt, Dat 't aambeeld en de hamer roemt, Het goud, waaruit het is gesmeed, De vinger, die zijn drift bestreed; Opwaarts, gebeeldhouwd in het groen, Een eedle boog,…

Vervulling

poëzie
4,2 met 4 stemmen 542
De moeder schuift het venster op en weent, De kalme kamer ligt van zon doorspeeld En, op de rand der stervenssponde, leent De ziel des doden over tot zijn beeld. Hij kan niet scheiden, want hij ziet zijn mond Die, als een sikkel door het koren zwaait, Oogsten deed zinken, zoet-gerijpt en blond; Maar nu zijn alle velden afgemaaid.…

DE DICHTER TOT DE EINDLOOSHEID

poëzie
5,0 met 3 stemmen 281
Heilige eindloosheid, Buiten ruimte, buiten tijd, Slingren zich de zaal'ge reien, In een eeuwig zich vermeien Aan U toegewijd. Eenmaal in de droom Strookte mij de zoom Dezer waaiende gewaden, En ik mocht een oogwenk baden In die wervelstroom. Sedert pleegt de dag, Als een jonge lach Die zich loswindt van de lippen, Immer aan de wil…

MORGENDAUW.

poëzie
4,0 met 3 stemmen 467
Rustig wast de man, wiens schande Biecht noch boete delgen wou, Zijn van misdaad bloedge handen In de koele morgendauw. De eerste leeuwrik dunkt hem wonder, Stijgend in onpeilbaar blauw, Waar te nacht nog flits en donder Vochten met hun vloek en klauw; Toen hij blind door stormwind waarde,…
Meer laden...