De ketting rammelde aan alle kanten
nauwelijks zichtbaar als die was
geen tekenfilmveil echter
geen slijptol kwam er aan te pas
om al dat opgelegde via
omleidingen te beslechten
oneigenlijke schuld af te schudden
geduld en standvastigheid na
sinds het prille begin te zijn bedrogen
te streven naar niemand tekort te doen
maar het keramieken…
wij neologische tijdfluisteraars
wij goedkope kontenbrommers
wij goochelspiegologenbrokken
wij zeven uit zwarte zwaarte taal
wat geurend van bergen daalt
naar waar wij weer verdichting zien
van alles hier
razend als stieren in klotennoodpijn
wat niet past bij de spreidingsmaat
der basisneologen als fluisteraars van tijd
ook plichtplegingsdichters…
boombasten barstensvol
generieke liefdestragiek
vervlogen vogelsoorten
orkestreerden woorden
partituren over het dan
wat al lang over schijnt
evenals het verzwegene
de ontbroken vergeving
gevraagd of als gegeven
strijden en voortbestaan
wortelbodems aangrijpen
invoelende vertakkingen
wind als reden aanwijzen
verwaaien met…
Mijn liefde heeft jou gevonden
dichterbij dan wij dromen durfden
en wat ik met overtuiging doe
binnen een veelheid aan (on)mogelijkheden
omdat ik van je houd
wat jou de kracht weer geeft
om nog meer van mij te houden.
Ik vind jou ongelooflijk lief
geef je kusjes en zelfs in gedachten
streel ik je en blijf naar je kijken
met een brede smile…
beladen met verwachtingen
kwam hij als laatstgeborene
in het gespreide bedje van falen
waar elke lichtstraal gebroken werd
voor het tot glas verworden kon
in opgeblazen zuchten
in de oververhitte luchtstromen
van verwoestende eenzijdigheid
van onvervalst valse hoop
afgetuigd met teleurstellingen
ging hij als eerst gestorvene
als gebundelde…
Hij had alle boos blatende schapen
eindelijk weer netjes tussen het gaas;
zoals hij aan zijn vriend schreef, daar
dreef er geen één meer in de plomp,
of lag nog verloren in zompige grond.
Prompt kwamen er kwaadaardige geluiden
uit die donkere hoek van gesloten boeken;
niks nieuws of wereldschokkends, maar
weer steigerden de betrokken schapen…
"Wat ik zeggen zou,
als ik de kans nam,
over mijn leugens
en andere verwijten;
hoe ik mijn takken
in opgewekte wind,
en mijn bladeren,
laten ratelen wou;
of wat mijn wortels,
in verreikende grond,
nou werkelijk wilden
met jouw bezwijken.
Wat ik zeggen wil,
als ik spreken zou,
los van de waarheid
en die saaie eerlijkheid…
Doorzichtig als een geest
verscheen ze. Bleek
dat het lijntje, dat
levensecht scheidt
van waarheid,
sneller breekt
in het verhitte licht
van deze aandacht.
Voor altijd zwaaiend
op de dam. Naar,
opgescheept met pijn,
werkelijk schrijnend
verdriet te kijken,
ogen waar
in het bekoelde zicht
geen verlossing wacht.…