beladen met verwachtingen
kwam hij als laatstgeborene
in het gespreide bedje van falen
waar elke lichtstraal gebroken werd
voor het tot glas verworden kon
in opgeblazen zuchten
in de oververhitte luchtstromen
van verwoestende eenzijdigheid
van onvervalst valse hoop
afgetuigd met teleurstellingen
ging hij als eerst gestorvene
als gebundelde…
Hij had alle boos blatende schapen
eindelijk weer netjes tussen het gaas;
zoals hij aan zijn vriend schreef, daar
dreef er geen één meer in de plomp,
of lag nog verloren in zompige grond.
Prompt kwamen er kwaadaardige geluiden
uit die donkere hoek van gesloten boeken;
niks nieuws of wereldschokkends, maar
weer steigerden de betrokken schapen…
"Wat ik zeggen zou,
als ik de kans nam,
over mijn leugens
en andere verwijten;
hoe ik mijn takken
in opgewekte wind,
en mijn bladeren,
laten ratelen wou;
of wat mijn wortels,
in verreikende grond,
nou werkelijk wilden
met jouw bezwijken.
Wat ik zeggen wil,
als ik spreken zou,
los van de waarheid
en die saaie eerlijkheid…
Doorzichtig als een geest
verscheen ze. Bleek
dat het lijntje, dat
levensecht scheidt
van waarheid,
sneller breekt
in het verhitte licht
van deze aandacht.
Voor altijd zwaaiend
op de dam. Naar,
opgescheept met pijn,
werkelijk schrijnend
verdriet te kijken,
ogen waar
in het bekoelde zicht
geen verlossing wacht.…