Wanhopig stilstaan in
onmeetbare ruimte en begrensde tijd.
De aanloop van een nieuw begin,
in een lichaam dat lijdt.
Denken aan wat kon.
Maar er is niets,
niets begon.
Dan ook geen gemis.
Zon, zee, wind,
voor niks niet bang.
Denken en spelen als kind,
bloedend, kermend met slepende gang.
De toeschouwers houden zich in.
Ik, zonder…
Terug op handen en voeten,
zwart-wit en monogeluid.
Gelukkig zonder schuld
en het heilige moeten.
Geuren en geluiden
drijven boven bij een beeld.
Weemoed als verlossing,
voor een wereld die je niet meer deelt.
Klauwend in de ijle lucht,
verstikt onder een dikke deken.
opgeruimd en liefhebbend het einde tegemoet,
voor je uit alles wit…