inloggen

Alle inzendingen van Dirk Vekemans

53 resultaten.
Sorteren op:

LAIS CCXVII

netgedicht
5,0 met 1 stemmen 4
Er is iets in het geweten dat niet geweten is. Zo kent het niet de grond waarop het zich bij deernis achterliet. Maar waarheid is een al te makke hond, met wilde dieren loopt het liever rond. Het weet zich met de lezers aangedaan zonder hen was het niets, niet eens bestaan. Maar ’t vraagt nu het echte, de naakte huid, en ’t levend woord wordt…

LAIS CCXVI

netgedicht
Er is nog niet op deze inzending gestemd. 11
Het gaf zijn wereld aan de linkerhand, en heeft haar weigering al afgezet. Er zijn de sporen in de rechterhand van ’t rot dat iedereen bestiert als wet. Het had zich in de handel recht gezet omdat het in een leugen waarheid wou: de onbestaande trouw van man en vrouw. Het heeft zich bij haar woeden neergevlijd en likt de wonde nu als vreugdes…

LAIS CCXV

netgedicht
5,0 met 1 stemmen 18
Met zicht op een ander wordt de ander een zelf dat zich in de ander herkent. Bij het ruisen van stilte belandt er klank in de ruimte die iedereen kent: zodanig zijn wij elkander gewend. Er is het niets dat ons daaraan ontheft. Er is het al waarvan ieder beseft dat niets ervan echt ons is gegeven. Er is de plaats waar de dood het besterft…

LAIS CCIV

netgedicht
4,7 met 3 stemmen 35
Diep in het zwarte hart van Vlaanderen op een bed van maden en rottend vlees ligt de haat bij de nijd te zinderen, genietend van pijn en van spijt. Zwoel, hees, de Vlaming likt des Vlamings holtes. ’t Vlees rot, de wet maskeert de identiteit. Maar zie hoe fors de nijd de haat nog splijt! Eilaas! ’t Zicht moet nu snel onder het slijm: Dank, vrolijke…

LAIS CCXIII

netgedicht
4,0 met 1 stemmen 15
Elk leven is beleefde woekering: herhaald gemompel in een mond zijn wij, wier zin verdwijnt in ’t sluiten van de kring. En iedereen gaat aan de ziel voorbij, want ‘iets’ dat ‘is’ bereiken willen wij. Het heeft LAIS beroerd, in aarzeling. Het zag de woestenij, begreep het ding dat in haar leven altijd geeft haar zin voor de vernietiging. Ontreddering…

LAIS CCXII

netgedicht
Er is nog niet op deze inzending gestemd. 4
Het vernedert hun gebeuren, verzaakt aan de korst, vergiftigt vergiffenis, en schilfers nijd vergrijzen wat het maakt tot een geschiedenis waar zij niet is: tot zij zichzelf hervinden in gemis, regent het pek op lust, en leegte klaart hen uit tot schande die hun leed vergaart. De vervloeking weegt voor hem wel zwaar want het alleen begrijpt…

LAIS CCXI

netgedicht
Er is nog niet op deze inzending gestemd. 12
Het roept de dode tekens nu bij zich, en noodt de doos herinnering erbij. In de ton van het gif drijft het zijn wig. Zure vochten kolken het om tot brij. Zo gaat de zon ook dier en mens voorbij. Maar handen maken weer begin van haar: LAIS verrijst, het buigt diep en ’t staart maar, het wordt aan riemen in’t galei geketend. O maan: op nachtzee…

LAIS CCX

netgedicht
Er is nog niet op deze inzending gestemd. 9
Het broeien in zijn haarden van verzet werd zij, virus dat in hem haar groei bereikt, stuwing die doorheen woorden groeit tot wet, zwart die zij aan de universa eikt, en stof met haar fataal festijn verrijkt: een zuchten dat hen mond aan mond ontgaat, het git dat zich ontplooit tot dageraad. Het was niets, geheel van zin ontheven, verwenst bestaan…

moeder ben ik en kind

netgedicht
Er is nog niet op deze inzending gestemd. 26
moeder ben ik en kind met het steenvocht hartsgrondig weg van het bonken en beuken waar de grote verhuizer ik, de rechtopstaande, ik, de bloedende gaten betast van de verlossing. o moeder, o sterren van ogen, o schittering wit waar wij u vinden zouden en blauw waar wij ons u geven konden, ware het niet dat wij vonden slechts de droomrode slaap…

LAIS CCXIX

netgedicht
5,0 met 1 stemmen 43
Zachtjes, het voelt haar weer. Het wil haar niet meer raken, zijn wil verzaakt aan ’t willen. Als stilte breekt, beheerst gebrek het lied. Als het zwijgt, zal zij weerom verstillen. Strijd. Er komt geen rust door niets te willen. Het wordt paljas en struint doorheen haar dag, het wil al lippen zoenen rond haar lach. Maar wat er groeit moet worden…

LAIS CCVIII

netgedicht
5,0 met 1 stemmen 21
Zij zien de kinderen die joelen op kraaiende peuters, hun roodhuidenkeel opengesperd en de oudjes steunend op bouwval. “O weet je nog het zandkasteel toekomst” zegt zij, en hij: ”er zijn te veel ratten”. Hij bibbert en slijmt. Te hevig de zomer komt klaar, zon angelt stevig in ’t Avondland zijn gif van de hitte. De wet bliksemt neer. “Maskeer…

LAIS CCVII

netgedicht
Er is nog niet op deze inzending gestemd. 9
LAIS, in zwart herboren schittering, is git, haar lijf en lach negeert het licht: het zijn is haar te min, belediging van hoe het haar tot leesbaarheid verdicht, virus in de waan van recht, schap en plicht. Het legt haar schouders bloot, haar zucht is zijn festijn, het likt en drinkt haar lijf als wijn. ’t Moment kan dan tot niets in haar vergaan…

LAIS CCVI

netgedicht
Er is nog niet op deze inzending gestemd. 15
’t Kosmisch woelen loopt in haar verloren. ’t Rot in haar begint zich rein te dromen. Melk mondt uit in licht: ’t zijn wordt herboren. ’t Naakte monster is niet in te tomen (schil is het van data die nog komen). Zij leek ’t moment, de nacht, een nieuw beleid. Het ondergaat gebrek aan onderscheid. Het loopt verblind in haar geheel verloren.…

LAIS CCV

netgedicht
Er is nog niet op deze inzending gestemd. 34
Het wou dat het twee armen had die traag het in het omarmen konden zo dat het stil in zich verdwijnen kon gestaag en niet meer hoefde te beleven dat liefde het hatelijk maakt en plat en niets, niets meer heel laat van de dromen. ’t Wou dat het zo in een boek kon komen, hun wedervaren niet geheel geslecht, dat het zo als het bij haar kon komen…

LAIS CCIV

netgedicht
Er is nog niet op deze inzending gestemd. 12
Het wordt rivieren als het aan haar denkt. De mond is Maas, de tong meandert in het glijden, freest grotten uit het slenk. Eén Ijzeroog, de Schelde grauw daarbij: de dagen zonder haar gaan nooit voorbij. Het hart is Rijn, en liefde rot er blij, want Gangesarmen stromen sloom terzij. Waar d’ Amazone broeit, loeit de Congo. Cascaden bruisen kolkend…

LAIS CCIII

netgedicht
Er is nog niet op deze inzending gestemd. 10
Haar ogen zijdelings die zwart in hun verdoken blauw het git herhalen: schicht der herkenning. Onmiskenbaar maar dun en onzegbaar ziet het waar het voor zwicht. En dan verdwijnt het weer in haar gezicht. Geen traan sist weg met zoute bitterheid. Ongelovig ziet het hoe het haar belijdt: zij is geloof waarin het dol verkeert, verstrengelt lust…

LAIS CCII

netgedicht
2,0 met 2 stemmen 56
Bovenal beaam: jijzelf bent stapelgek. Bemin de klanken eerder dan de zin. Bevrijd op tijd van kwijl en nijd je bek. Zie elk eind als van iets ergers het begin. Verzaak bezit, jij zit daar zelve in. Breng warmte daar waar nu een ander rilt. Geef nooit een ja als jij er niets van wilt. Breng je lijf niet in verlegenheid. Spreek uit wat je in…

LAIS CCI

netgedicht
5,0 met 1 stemmen 28
In de vergeten warmte van de hand, in ’t strelen van gebrek aan tastbaarheid, in ’t grijze vlak waar het is aanbeland, klinkt luide slechts de slagzin van de tijd. Elk ogenblik wordt galm van eeuwigheid, signaal dat rot in rot meer rot verzendt. Het hoefde niets want niets was het bekend, maar in het zwart verscheen fataal de lach. De hemel…

LAIS CC

netgedicht
5,0 met 1 stemmen 19
Alle mormels spelen wereldorgel en wormen maken olijk slijk van vlees. De geluiden van rot in de mergel gorgelen vreugde maar angst maakt hen hees: de aarde verrot en de mens viert zijn vrees. Haar git strijkt áán de helse duisternis zij is de lont in de gevangenis. De tijd is bom, de uren tellen snel. Het brandt van toekomst die verlopen…

oud jaar

netgedicht
5,0 met 1 stemmen 75
In de kelder zijn er de gevaren: hier ligt een roestende nagel, daar de dode hertog in zijn graf. Daarboven wieken zwermen helicopters, ratten vreten aangezichten op. Eindspel. De aarde ploft en spuwt verbrande korst. Wij duiden alles aan, maar niemand wil nog mensen lezen. Natte wensen druipen smekend van de muren af.…

glaslink

netgedicht
5,0 met 1 stemmen 15
Booischot 1969. Zon hangt in de haag, zijn spuug druipt en glinstert. Wit linnen kraakt strak rond de moederdraad. Het maakt het. Vóór de mensen was er blauw. Daarna het rood van de tong en meikevers. Het solfert zonder lucifer, de stank wordt essence van lucht en Union Match. Keverpootjes schieten telkens weer uit het doosje. Snel, doe het…

LAIS CXCVIII

netgedicht
5,0 met 1 stemmen 16
Ontrafelt het niet de draden van haar lust dan laat het haar in haar omwikkeld vrij van al het zware dat er in hem rust. Aurora’s luister die dan daagt erbij wordt straalgeruis, een suizen aan zijn zij: het spreekt haar uit met inkt van haar besluit en rondom ’t git een werveling breekt uit. Zijn nevels slierten lont doorheen het licht: wat…

LAIS CXCVII

netgedicht
3,5 met 2 stemmen 16
Terwijl het wachten wacht, draait de aarde in de aarde, schuift de hemel in de hemel, zien de sterren toch de waarde in van vachten in het zwart en in de nacht spreekt het haar toe met: “Jij, beminde, die de aarde tot haar kern herleiden kan, die jou en mij tot niets verleiden wil, wil dit nog doen: mij van mij ontdoen.” Fier het schuift zijn…

LAIS CXCVI

netgedicht
3,0 met 2 stemmen 22
Nodig heeft het niet haar lief te hebben in de roes van haar afwezigheid. Het wordt een zee die niet wil ebben, strandt bevroren in een karst van de tijd, bevrijd van licht en zonder helderheid. Het staat vernietigd in haar zwarte vuur, het kent geen waar meer, wat of om welk uur, want niets vangt er nog als gebeuren aan. Haar voelen is moment…

LAIS CXCV

netgedicht
5,0 met 1 stemmen 35
’t Zal hen uit de buiken rotten, al het zaad, het zal uit hen bloeden, de ontzetting, zolang de angst in hen het voelen haat. Maar iedereen wordt het, haar vondeling, die niet bestond, maar toch begon, de ring die ’t wijzen naar een ander zelf besluit met de spiegel die het tot hen ontsluit. ’t Kleven en beven dat lippen nog doen, wordt snakken…

LAIS CXCIV

netgedicht
Er is nog niet op deze inzending gestemd. 12
In het grote woordeloze niets van haar, de oceanen kolkend blauw in d’ ogen, de gebaren maken alle leugens waar, waarheid tot gebaar van onvermogen. Want haar voelen kent geen mededogen, is hete gloed die het van het ontdoet, en ’t vuur verhevigt tot een blauwe vloed. En in oneindig zwart gaat schel dan aan het ene git dat het verblinden moet…

LAIS CXCIII

netgedicht
5,0 met 1 stemmen 16
Deze wereld is de wereld niet voor hen: zij beven niet in vreze vol met nijd zij heeft aan het voor haar een gouden pen het schrijft hen uit de leugens van de tijd. In ’t welven van verschoven eeuwigheid wordt zoeken zelf gevonden en het is drievoudig git door ieders duisternis. Haar klare stem is van beklemming vrij, een golven dat tot straal…

LAIS CXCII

netgedicht
Er is nog niet op deze inzending gestemd. 22
Verlossend duister komt altijd te laat maar dat falen is geen fout van haar. Haar git is niet wat er in licht vergaat: het schijnsel kleurt te blauw haar hels gebaar, het zwart is daar, er is genoeg in haar. Calculaties vergelden elk moment, data, ingelezen, rij na rij per cent, en uitgerekend zo de mens vergaat. Het heeft geen spijt, het deugde…

LAIS CXCI

netgedicht
5,0 met 1 stemmen 21
De steden die de heren beheren, zijn steden die de heren verteren, en de dames die de heren vereren gaan als letters met elkaar verzweren: het krast en het kraakt in ’t vuur der heren. Het heeft hun wereld al verbeurd verklaard: hun tijd zit strop, het is in haar bedaard. Zijn lijf is licht, kent enkel haar gewicht, haar duister is met laaiend…

LAIS CXC

netgedicht
3,0 met 2 stemmen 36
Het wou haar vatten in een klankgedicht, haar naam vercijferd tot een toverspreuk: ontkenning van gemis en van zijn plicht, bazeltaal met intellectuele jeuk, perverse onderstroom, dat maakt het leuk. Het voelt haar nu, het helse dat ze is: der minne eenvoud heet gewoon LAIS. In het licht laat zij zich nooit bekijken, in het duister waar gevoel…
Meer laden...