inloggen

Alle inzendingen van Dirk Vekemans

99 resultaten.
Sorteren op:

over dichters

netgedicht
5,0 met 2 stemmen 64
in deze volte van vernietiging spreek ik niet hun namen uit. dichters begraaf ik in mijn koude dagelijks. hun zwijgen ettert, zweert letters uit mijn mond en de namen kleven de leegte van de namen aan de tegels van de leegte die de leegte betegelen zodat er middenin een leegte kan ontstaan genaamd verlangen waarin de woorden witte tranen…

LAIS CCXXXII

netgedicht
5,0 met 1 stemmen 62
Het schrijft haar neer: zij daalt in binnenrijm, haar huid is volle glijvlucht vederklank die in stralen spreekt. Zij is hun geheim. Het bergt haar naam in bladen zilverrank, haar letters druipen, nat van minnedrank. Men mag haar lezen hier, maar de woorden worden sluiers, knopen letterkoorden tot alle tekst in haar gevangen is. Later kan het…

LAIS CCXX

netgedicht
5,0 met 1 stemmen 29
’t Verlangen loopt verloren in een land dat nergens is, niets dat niets betovert. ’t Beminde reine snelt van hand naar hand en de stilte die het nu herovert is geschrift dat enkel schrift verovert. Het ijle vliedt het lege in, verdriet lost op in pijn en leed verdwijnt in ’t lied dat niemand lezen wil, dat niemand schrijft. Zij is haar niemandsland…

LAIS CCXXX

netgedicht
3,0 met 2 stemmen 32
Dit is dus waarop het heeft zo lang gewacht. Dat het hier was, is, en zich leven laat voor wat het voelt, dat zij het hiertoe bracht, dat het druipt waar zij ledig lacht en praat, dat zij humaan werd en dus vol van haat. Het laat zichzelf als niets verdwijnen en ontbindt de zang tot aardig lied voor hen. Het wordt wat lucht, of water waar zij…

LAIS CCXXIX

netgedicht
5,0 met 2 stemmen 31
Het danst omdat er leven is maar nee de dood heeft hem nu gans omkranst, verniet en in het duister sterft het zachtjes mee. Het hoort de stilte toeslaan op zijn lied met leed dat het verweesd toen achterliet. ’t Wordt ook omstandigheid van zijn bestaan. Het ziet zijn schaduw in de volle maan: leegte loopt leeg in wat al leegte was. Zij had voor…

LAIS CCXXVIII

netgedicht
Er is nog niet op deze inzending gestemd. 44
Guirlande is de kronkel in heur haar, spiraal van zwart in goud, en haar gelaat vertaalt de wouden in haar zwijgen daar, het ogenblik waarin zij leesbaar staat, maar zij getrouw hem haar niet lezen laat. Het ziet hen wel, maar wacht daar het haar kent. Het is geen ik, zo’n vent die langzaam went, maar wel bekend met wat er is, bestaat. En zij…

LAIS CCXXVII

netgedicht
5,0 met 1 stemmen 39
Van een verzengend mystiek gegeven wordt het ontvangstantenne als zij lacht. Stroeve droefenis, het buitenleven verstoort te bruut die zwarte hemelpracht: ’t Maakt zwijgen aan, dat elk spreken versmacht. Het was bij haar en vroeg, zij gaf wat loog, maar ’t was eerst hij die zich met haar bedroog. Gevangen nog in flarden van een hels betoog,…

LAIS CCXXVI

netgedicht
Er is nog niet op deze inzending gestemd. 36
In de pit van het zwart voltrekt het niets dat het wordt zich volkomen, uitgeklaard, ontdaan van de obsessie met elk iets dat het niet is, en stilte openbaart zich in het eindeloze, onvervaard. In ’t git van het wit verhardt het gebrek zich tot een kauwen op de lege bek: niets wordt zo materie, materiaal. Het maalt zich stuk voor haar, offreert…

LAIS CCXXV

netgedicht
5,0 met 1 stemmen 32
De klok tikt en meet de oneindigheid die de dag verhardt en het uur verstilt. Vier jaar maar, fluistert de verbetenheid. Millennia waren zij jager en wild en ’t nadert nu, gekleed als zij in vilt. Ze speelt graag zee en weigert de rivier. Zij schenkt het niets met tranen van plezier. Haar zucht verlucht de geur van een ander, doch in dit zilte…

LAIS CCXXIV

netgedicht
5,0 met 1 stemmen 28
Er was gebrek, onleefbaarheid. Het werd woest weer verliefd. “Jij geeft geen zier om mij!”. Haar schater klonk in schichtigheid van hert (een godheid glijdt er af, teloor, voorbij). Het ziet haar lijf, de ziel kan er niet bij. Heur haar streelt thans haar naakte schouders daar waar handen ijlen naar zijn handen maar het komt niet aan. Een hese…

LAIS CCIII

netgedicht
5,0 met 1 stemmen 45
Het wordt verward met zijn verlangen daar: er is een storm op handen, er is gas dat smeekt om een vonk, er is gebrek aan haar, een lijf dat niet rust, kennis die is, was als ’t geweten van een genomen pas. Vingers verdwalen in haar zilte woud en dwalend maakt het haar tong vurig koud. Het roert gevoelens open die het mist doorbreekt samenhang…

LAIS CCXXII

netgedicht
5,0 met 1 stemmen 68
In de afgrond van de herhaling wordt de herhaling de afgrond van het her en der herhaalde en ’t herhaalde wordt rot dan bovenop en in het verder herhaalde, waar met nostalgie die er niets toe doet, de mens het ziet als heelal, en wij claimen het als heil maar het zal herhalen slechts de code die het is: kleur en wisseltoon, kosmische mal, waarvoor…

LAIS CCXXI

netgedicht
5,0 met 1 stemmen 30
De winter is daar. Er staat ellende voor de deur, je hoort de kou al in de mensen kruipen, hoe zij van ellende liefde prediken, haat, hoe er wordt hinde gekeeld, en bos, daar waar ’t haar beminde. De stilte na de eerste sneeuw zal weer blad zijn, wit en leeg. Het schrijft haar neer. Maar ’t zuchten bij elkander breekt de taal, haar naam wordt…

LAIS CCXIX

netgedicht
Er is nog niet op deze inzending gestemd. 53
Nu het zich weer in stof en as vergaart en droog de rauwe brokken haat verslikt, nu het vonkt als het maar van haar gebaart; en het op de feiten foute data hikt en bij de pantomime lacht en snikt, omdat het weet dat alles toch vergaat, nu zij in het en overal bestaat, nu het heet haar vuur door zich voelt varen, nu is het weer bij doem tot…

Zelfdruk

netgedicht
5,0 met 1 stemmen 48
I Zelfdruk, druk van de ziel. Ik hakte en hakte en hakte en ik had een vinger in de inkt, legde hem eruit, rolde met een vinger de druipende vinger over het papier, over de bleke vrede van het uitgeschepte vel. Verzwegen werd mij alsnog het geheim: de ring ontnam elk zicht daarop. Plaats, waar al het zwart belijnde eenvoud werd, en tijd…

LAIS CCXVIII

netgedicht
5,0 met 1 stemmen 28
Dat ’s ochtends de liefde zich ontplooit; dat het in haar zo blij en levend is; dat het zich te vaak aan twijfel vergooit; dat het nooit is zoals zij wil dat het is; dat alleen zij, LAIS zijn einde is; dat al de schoonheid veel te snel vergaat; dat het zich in niemand anders nog ziet; dat de mens vrij denkt maar briest als een paard; dat het…

LAIS CCXVII

netgedicht
3,5 met 2 stemmen 34
Er is iets in het geweten dat niet geweten is. Zo kent het niet de grond waarop het zich bij deernis achterliet. Maar waarheid is een al te makke hond, met wilde dieren loopt het liever rond. Het weet zich met de lezers aangedaan zonder hen was het niets, niet eens bestaan. Maar ’t vraagt nu het echte, de naakte huid, en ’t levend woord wordt…

LAIS CCXVI

netgedicht
Er is nog niet op deze inzending gestemd. 31
Het gaf zijn wereld aan de linkerhand, en heeft haar weigering al afgezet. Er zijn de sporen in de rechterhand van ’t rot dat iedereen bestiert als wet. Het had zich in de handel recht gezet omdat het in een leugen waarheid wou: de onbestaande trouw van man en vrouw. Het heeft zich bij haar woeden neergevlijd en likt de wonde nu als vreugdes…

LAIS CCXV

netgedicht
5,0 met 1 stemmen 37
Met zicht op een ander wordt de ander een zelf dat zich in de ander herkent. Bij het ruisen van stilte belandt er klank in de ruimte die iedereen kent: zodanig zijn wij elkander gewend. Er is het niets dat ons daaraan ontheft. Er is het al waarvan ieder beseft dat niets ervan echt ons is gegeven. Er is de plaats waar de dood het besterft…

LAIS CCIV

netgedicht
4,7 met 3 stemmen 54
Diep in het zwarte hart van Vlaanderen op een bed van maden en rottend vlees ligt de haat bij de nijd te zinderen, genietend van pijn en van spijt. Zwoel, hees, de Vlaming likt des Vlamings holtes. ’t Vlees rot, de wet maskeert de identiteit. Maar zie hoe fors de nijd de haat nog splijt! Eilaas! ’t Zicht moet nu snel onder het slijm: Dank, vrolijke…

LAIS CCXIII

netgedicht
4,0 met 1 stemmen 33
Elk leven is beleefde woekering: herhaald gemompel in een mond zijn wij, wier zin verdwijnt in ’t sluiten van de kring. En iedereen gaat aan de ziel voorbij, want ‘iets’ dat ‘is’ bereiken willen wij. Het heeft LAIS beroerd, in aarzeling. Het zag de woestenij, begreep het ding dat in haar leven altijd geeft haar zin voor de vernietiging. Ontreddering…

LAIS CCXII

netgedicht
Er is nog niet op deze inzending gestemd. 14
Het vernedert hun gebeuren, verzaakt aan de korst, vergiftigt vergiffenis, en schilfers nijd vergrijzen wat het maakt tot een geschiedenis waar zij niet is: tot zij zichzelf hervinden in gemis, regent het pek op lust, en leegte klaart hen uit tot schande die hun leed vergaart. De vervloeking weegt voor hem wel zwaar want het alleen begrijpt…

LAIS CCXI

netgedicht
Er is nog niet op deze inzending gestemd. 22
Het roept de dode tekens nu bij zich, en noodt de doos herinnering erbij. In de ton van het gif drijft het zijn wig. Zure vochten kolken het om tot brij. Zo gaat de zon ook dier en mens voorbij. Maar handen maken weer begin van haar: LAIS verrijst, het buigt diep en ’t staart maar, het wordt aan riemen in’t galei geketend. O maan: op nachtzee…

LAIS CCX

netgedicht
Er is nog niet op deze inzending gestemd. 19
Het broeien in zijn haarden van verzet werd zij, virus dat in hem haar groei bereikt, stuwing die doorheen woorden groeit tot wet, zwart die zij aan de universa eikt, en stof met haar fataal festijn verrijkt: een zuchten dat hen mond aan mond ontgaat, het git dat zich ontplooit tot dageraad. Het was niets, geheel van zin ontheven, verwenst bestaan…

moeder ben ik en kind

netgedicht
Er is nog niet op deze inzending gestemd. 91
moeder ben ik en kind met het steenvocht hartsgrondig weg van het bonken en beuken waar de grote verhuizer ik, de rechtopstaande, ik, de bloedende gaten betast van de verlossing. o moeder, o sterren van ogen, o schittering wit waar wij u vinden zouden en blauw waar wij ons u geven konden, ware het niet dat wij vonden slechts de droomrode slaap…

LAIS CCXIX

netgedicht
5,0 met 1 stemmen 58
Zachtjes, het voelt haar weer. Het wil haar niet meer raken, zijn wil verzaakt aan ’t willen. Als stilte breekt, beheerst gebrek het lied. Als het zwijgt, zal zij weerom verstillen. Strijd. Er komt geen rust door niets te willen. Het wordt paljas en struint doorheen haar dag, het wil al lippen zoenen rond haar lach. Maar wat er groeit moet worden…

LAIS CCVIII

netgedicht
5,0 met 1 stemmen 34
Zij zien de kinderen die joelen op kraaiende peuters, hun roodhuidenkeel opengesperd en de oudjes steunend op bouwval. “O weet je nog het zandkasteel toekomst” zegt zij, en hij: ”er zijn te veel ratten”. Hij bibbert en slijmt. Te hevig de zomer komt klaar, zon angelt stevig in ’t Avondland zijn gif van de hitte. De wet bliksemt neer. “Maskeer…

LAIS CCVII

netgedicht
Er is nog niet op deze inzending gestemd. 19
LAIS, in zwart herboren schittering, is git, haar lijf en lach negeert het licht: het zijn is haar te min, belediging van hoe het haar tot leesbaarheid verdicht, virus in de waan van recht, schap en plicht. Het legt haar schouders bloot, haar zucht is zijn festijn, het likt en drinkt haar lijf als wijn. ’t Moment kan dan tot niets in haar vergaan…

LAIS CCVI

netgedicht
Er is nog niet op deze inzending gestemd. 26
’t Kosmisch woelen loopt in haar verloren. ’t Rot in haar begint zich rein te dromen. Melk mondt uit in licht: ’t zijn wordt herboren. ’t Naakte monster is niet in te tomen (schil is het van data die nog komen). Zij leek ’t moment, de nacht, een nieuw beleid. Het ondergaat gebrek aan onderscheid. Het loopt verblind in haar geheel verloren.…

LAIS CCV

netgedicht
Er is nog niet op deze inzending gestemd. 43
Het wou dat het twee armen had die traag het in het omarmen konden zo dat het stil in zich verdwijnen kon gestaag en niet meer hoefde te beleven dat liefde het hatelijk maakt en plat en niets, niets meer heel laat van de dromen. ’t Wou dat het zo in een boek kon komen, hun wedervaren niet geheel geslecht, dat het zo als het bij haar kon komen…
Meer laden...