wanneer ik nu het land bekijk
dan vliegen de raven
niet meer op
alsof ze thuis gekomen zijn
verstommen de dagen
vertraagt het denken in ijs
de herinnering blijft
boven een dun sneeuwtapijt
verdwalen prille lentekleuren
in een verwaterd grijs
trekken daar jaargetijden
tot een puntig gemis…
als je van steen was
zou ik huilen
nu wil ik schuilen
met mijn gezicht
in het mulle zand
tot de kilte voelbaar
zoekt naar helmgras
een laatste strohalm
stijf en stug
zucht in de wind
net als een kind
de zee stilaan bedaren
strandribbelend aaien
wat er ver zoet en ver zacht
tot rust gebracht…
Hoe stil kan een landschap ademen
zonder het seizoen te verraden dat
licht weerkaatst op zijn roestige grond.
Een kale herfstboom reikt naar lucht
slorpt het blauw op uit een rode avond,
mijn ogen bewaren de donkere lijn,
waarachter een licht vermoeden
het onbekende in mist en nevel groeit,
langs het stilzwijgen van de raven
waarin een…
vandaag is helemaal blauw
het blauwe blue blauw
stil blauw voorafgegaan
de lucht op deze lentedag
weerkaatst in kabbelend water
een mengeling grauw en wit
en het blauwe blue blauw
nestelt in veren van
de kirrende stadsduif
op zoek naar een droompaleis
niet verdronken of vervlogen
maar vederlicht dichtbij…
ik weet niet of er een lied bestaat
dat de melancholie wil bezingen
die mijn ogen sluit en meevoert
naar jouw zuchten aan mijn zijde
dat me tot leven beweegt als vrouw
wachtend op een tastbaar teken
nauwelijks een glimp laat zien
me voelen laat hoe in herinnering
ons beeld van liefde smaakt
zonder het gemis…
Ik weet niet wat ik zeggen wil...
maar liefste,
je bent de laatste tijd
zo stil.
Is het het leven,
dat je je hoofd zo moede
op mijn schouder legt?
Is dat de reden
dat je ook vanavond
weer zo weinig zegt?…
zo plotseling weg
schouderophalend, de duimen tussen de bretellen
een buiging en klak af
ook die schelmse lach
-geen tijd-
om afscheid te nemen
en nog vanalles
mijn berevent
ergens daarboven
meer Antwerpen
een stukje Victor
een stukje Verdano
een stukje Cyriel
mooi man
--------------------------------------------------…
Ga aan mij voorbij
blauw dat me niet
bevroeden kan
wat mijn hart beroert
wordt niet in lucht gelezen
ik zuig met lange tenen
diep uit de grond
afgestompt de treur
van de akker
opdat daar groeien mag
wat bij mij is afgeknot
uitgestrekte armen
naar een heldere hemel
is het mijn lot
of de doem van een religie
knotwilg te willen…