inloggen

Alle inzendingen van J.J.A. Goeverneur

28 resultaten.
Sorteren op:

DE TWEE REIZIGERS

poëzie
3,2 met 11 stemmen 2.108
Twee vrienden trokken wel te moê De Harts in en naar ’t Rijnland toe. De een ging, wijl elk fatsoenlijk mens Reist; - d’ ander drong zijn hartewens. En bij hun thuiskomst was ’t aldra Een bijster vragen voor en na, Daar neef en nicht graag weten mocht, Wat ze al zo zagen op hun tocht. ‘Gezien?’ zegt de een en geeuwt daarbij, ‘Niet heel…

December

poëzie
3,7 met 3 stemmen 910
Het haasje maakt zijn laatste buiteling, En 't arme ding Moet duur nu voor de kool betalen, Die 't deze zomer bij de boer van 't veld kwam halen, En waarvoor 't boertje niets ontving; - Voldaan is nu de rekening. December brengt naar oude wijs Ons regen, sneeuw of vorst en ijs. De lucht, somtijds als as zo grauw, Is soms van 't allerzuiverst…

Groninger koek

poëzie
3,3 met 6 stemmen 1.318
Echt Groônger koek is stijf en vast, Doet ziel noch lijf ooit overlast, Maar maakt en houdt elk sterk en krachtig, stout en kloek; Perfesters en Studenten saam, We bidden dus je in 's Heren naam: Bak hier steeds Groônger koek!…

Taalkundige vragen en opmerkingen

poëzie
3,8 met 6 stemmen 1.471
Wij schreven ‘zaaijen’; maar De Vries en Te Winkel Verkiezen ‘zaaien’. – Jonckbloet, ook geen kinkel, Schrijft ‘zaayen’. Wat een driedrachtzaaierij, Die tot God weet wat al verwarring heenleidt, Maar zeker niet tot taalverfraaierij. Ik, Jan de Rijmer, ben een vriend van eenheid En zal, om met elk vriend te blijven, Voortaan eenvoudig ‘zaaijiyen…

Het sterkste

poëzie
4,2 met 12 stemmen 3.383
Sterk is-wie zal het tegenspreken? De Steen; doch ’t IJzer kan hem breken. Sterk is het Ijzer; maar het zwicht Toch voor de laaie Vuurgloed licht. Sterk is het Vuur; doch ’t moet bezwijken En voor de kracht des Waters wijken. Sterk is het Water; maar, hoe sterk, De Wolken trekken ’t op in ’t zwerk. Sterk zijn de Wolken; doch de vlagen…

HET HEDEN.

poëzie
4,0 met 4 stemmen 336
Zo lang mijn hemel helder lacht, Vergeet ik, dat licht wolken dreigen; Zo lang geen sneeuw mijn kruin bevracht, Wil ik mijn bloeiend hoofd niet neigen. Of denkt de bloem aan haar vergaan, Wanneer zij uit de knop komt breken? Of denkt bij ’t intreên van haar baan De ster, dat zij dra zal verbleken?…

ADAMS ONTWAKEN.

poëzie
3,2 met 4 stemmen 241
Toen in des Heilands zwaarste lijdensstonde De bergen spleten, de aard haar donkre schoot En grafspelonken sidderende ontsloot, Drong ’t licht ook door tot Adams diepe sponde. Hij sloeg de blik verwonderd in het ronde, Zag Hem aan ’t kruishout worstlen met de dood, En wendde ontzet het oog, van tranen rood, En vroeg: wie toch daar bloedde uit…

In een groen, groen, groen, groen knollen-knollenland

poëzie
4,0 met 3 stemmen 368
In een groen, groen, groen, groen knollen-knollenland Daar zaten twee haasjes heel parmant En de één die blies de fluite-fluite-fluit En de ander sloeg de trommel Toen kwam opeens een jager-jager-man En die heeft er één geschoten En dat heeft naar men wel denken denken kan De ander zeer verdroten…

De jonge zeeman.

poëzie
4,3 met 3 stemmen 705
'k Ben zeeman; - van echt Hollands bloed, Heb ik mijn lust in 't varen; Vindt gij aan wal het leven zoet, Ik zwalp liefst op de baren, En, ben ik jong, vaak is de orkaan Me toch al over 't hoofd gegaan: Hoezee! 'k Ben zeeman; - hier op 't nuchter strand Wil 't mij niet lang behagen; Veel liever hoor ik door het want De winden…

School

poëzie
4,0 met 2 stemmen 535
Wie staag op school moet blijven, Die zou, naar alle schijn, Het lezen en het schrijven, Weldra vervelend zijn. De zorg soms te verbannen, Maakt lustig en tevreên. Een boog, te sterk gespannen, Springt lichtelijk vanéén. Heil onzer dat het leren, Vrij van te slaafs gekwel Zo wij ons vlijtig weren, Verwisseld wordt door 't…

De vogels in de winter.

poëzie
4,0 met 2 stemmen 560
Als de winter is gekomen En op 't veld, op dak en bomen 't Blinkend witte sneeuwdek ligt - Kijk, dat is een mooi gezicht. En de kinderen verblijen Zich, dat ze braaf kunnen glijen, Ballen gooien, sleetjerijen En eens vallen tussenbeiën; Maar de vogels - ja, zo waar, Voor die is de winter naar. Mag de kou hen al niet deren,…

Maart

poëzie
4,0 met 1 stemmen 906
Nu gaat de felle koude Al meer en meer voorbij En komen wij al zachtjes In ander jaargetij. De zwarte spreeuwen komen Terug naar 't oude nest, En wandlen op de daken En pruttlen al haar best. Ook vangt weer 't moedig haantje Met zijn schel kraaien aan, Terwijl de lieve hennen Druk aan het leggen gaan. En legde er een haar eitje,…

Februari

poëzie
3,0 met 1 stemmen 737
De dagen worden langer al, Al is 't ook een klein beetje; Maar, lieve vrindjes, weet-je, Een beetje is meer als niemendal: Elk beetje brengt ons voet voor voet Weer 't lieve voorjaar te gemoet. Komt, laat ons eens naar buiten gaan, Naar 't bos en naar het veld; Daar zien wij nergens bloemen staan, Maar 't is er naar gesteld. Die arme…

Januari

poëzie
4,0 met 3 stemmen 993
Op d' eerste dag van 't nieuwe jaar Zijn thuis de kindren vroeg al klaar En huppelen de kamer binnen; Daar wensen zij dan, blij te moe, Aan de Ouders heil en zegen toe In 't nieuwe jaar, dat zij beginnen; Ze springen bij Papa op schoot, Ze zoenen Ma de wangen rood, En door heel 't huis klinkt telkens weer: Fe-li-ci-teer! 'k Fe-li-ci-teer…

Sinterklaas, goed heilig man

poëzie
4,0 met 1 stemmen 781
Sinterklaas, goed heilig man! Trek jou beste tabberd an; Rijd er mee naar Amsterdam, Van Amsterdam naar Spanje, Appeltjes van Oranje, Pruimpjes van de bomen; Sinterklaas zal komen.…

Het knaapje in het bos

poëzie
3,0 met 12 stemmen 919
Het knaapje had gelopen De ganse dag in 't bos; De slaap heeft hem bekropen Daar op het groene mos. Toen daalden uit de bomen De eekhorens naar beneên; De hazen zijn gekomen En dansten om hem heen; De dartle reetjes speelden Om hem in struik en riet; De lieve vogels kweelden Hun allerzoetste lied. Maar niemand stoorde…

De hond en de kat

poëzie
3,3 met 3 stemmen 1.806
De hond en de kat. Wel hoe blaft gij zo, Kardoes? Ha, 't is tegen onze poes. Ze is u zeker weer ontlopen En daar in de boom gekropen. Nu, 't is goed, dat zij maar vlucht; Want gij bijt haar soms geducht. Poes bleef zitten op de tak, Net als sliep ze op haar gemak; Maar, toen vriend Kardoes ging lopen, Deed zij gauw haar ogen…

Het roodborstje

poëzie
3,6 met 13 stemmen 1.896
Het roodborstje pikt aan het venster, tin! tin! En zegt: Ach, doe open en laat mij er in; Doe open, lief meisje, 'k weet anders geen raad, Zo sneeuwt en zo waait het hierbuiten op straat; Ik sterf van de koude, toe, laat mij erbinnen. 'k Zal zoet zijn en allerlei grapjes beginnen. Het meisje deed open en gaf, op haar schoot, Aan 't roodborstje…

De vogeltjes voor de schuur

poëzie
2,0 met 3 stemmen 1.103
De vogeltjes maken een droevig geschreeuw, Want buiten op 't veld ligt het alles vol sneeuw; Zij hebben zo'n honger, maar, wat zij ook pikken, Zij vinden geen korreltje op 't land meer te bikken. Maar hier in de schuur is nog, o zo veel graan. De boer met zijn zoons is aan 't dorsen gegaan, En wat er gedorst is, dat doen zij in zakken…

De tarantella

poëzie
3,2 met 9 stemmen 2.935
Vier en twintig trappen leiden Ons daar op tot de veranda. Groen- omwingerd, half in lamplicht, Half in maneschijn zich rondend, Torsen zuilen, ver uit de oudheid, Deels Korinthisch, deels Ionisch, ’t Plomp moderne, platte dak.- Stenen vloeren zijn de bodem; Schuilt daaronder ook een grafzerk, Prijkend nog met vreemde krullen, Wapenschild…

Ouderwets

poëzie
4,0 met 4 stemmen 1.628
Bij een schilderij van Watteau Ik mag die parken wel met gladgeschoren heggen, Zoals men thans, helaas, nog slechts in plaat aanschouwt Met rechte en stijve paân, met trappen, groots gebouwd, Waar hoofs geklede lui met elkaar beleefdheên zeggen. Ginds komt van 't hoog bordes een heertje aangetreden En lispelt zoete taal in 't oor der markiezin…

De oogst

poëzie
3,1 met 7 stemmen 2.106
't Is Oogsttijd. Ginds in 't donker woud verscholen, Bespiedt de Dood met gierig oog het veld; Reeds heeft zijn hand de zeis omkneld, Geen rijpende aar blijft voor zijn oog verholen. 't Is Oogsttijd. Zie hem grijnzend nader treden; Hij heft de arm, en de aren vallen neer; Zijn buit vermeert zich meer en meer, En halm bij halm…

De knaap en het hondje.

poëzie
3,5 met 4 stemmen 1.271
De Knaap. Hondje, zit op! Stil met de kop, Recht met het lijf, Houd u nu stijf. 't Buikje vooruit, Braaf, kleine guit! Kijk mij nu aan: Zo, wél gedaan! Hondje. Ach, moet ik al leren, en 'k ben nog zo klein; Ach, laat mij met rust, tot ik groter zal zijn. Knaap. Neen, hondje! 't is best, dat gij nu al wat doet;…

VADERS HAND

poëzie
3,6 met 18 stemmen 2.702
De vader schommelt op de knie Zijn jongen hop, hop, hop! ‘ Hei, dat gaat kostelijk’, jubelt die, ‘ Nu hard eens in galop!’ ’t Gaat wipprend, tripprend op en neer, Tot vader uitroept: ‘ Oef! Nu kan ik je niet houden meer En laat je vallen – poef!’ De jongen roept: ‘ Dat heit geen nood, Dat weet ik wel al lang; Ik ben, zit ik op vaders schoot…

ENE ROMANCE

poëzie
4,0 met 5 stemmen 3.249
Proeve van thans in onbruik geraakte dichttrant Op de burgwal staat de dame, Doek en wangen nat van tranen; Want een dame in de romance Moet zich steeds ellendig wanen. En de maan ziet op haar neder, ’t Stormt uit alle hemelstreken; Want in de romance mogen Maan noch stormwind ooit ontbreken. En de dame wringt de handen, Kan haar onrust…

De dode kanarievogel

poëzie
3,5 met 12 stemmen 3.337
Ach zie, ons vogeltje is dood! Zijn bekje is toe en lust geen brood, Zijn heldere oogjes zien niet meer, De vlerkjes hangen bij hem neer, Hij kan niet meer in 't kooitje springen En ons des morgens wakker zingen! De kindren groeven met de schop Een graf voor 't lieve vogeltje op; Daar legden zij het zacht in neer, En spraken niet, maar…

De hond en het bokje

poëzie
3,9 met 12 stemmen 2.659
Hond: Bokje, pas op, anders bijt ik u zeer! Bokje: Hondje, pas op, anders stoot ik u weer! Hond: Bokje, mijn tanden zijn scherp, pas maar op! Bokje: Hondje, mijn horens staan vast op de kop! Hond: Bokje, het was maar uit gekheid gezeid, Laat ons wat spelen, wij hebben tijd. Zij stoeiden en speelden en huppelden rond, En buitelden…

Mop en mopje

poëzie
3,8 met 12 stemmen 2.864
Toen onze mop een mopje was, Was 't aardig om te zien; Nu bromt hij alle dagen En bijt nog buitendien. 'Je bent een recht bedorven dier! Eerst at je, wat ik bood; Nu wil je lekkre beetjes En lust niet eens meer brood.' De mop zei hierop tot de knaap: 'Hoe dwaas praat gij daar toch! Had gij mij niet bedorven, 'k Was een lief…