januari 2026
Toen de slaap uitbleef ben ik gegaan.
In een weinig licht, de witte winter in.
Tussen tengere berken waarin vogels
zich stilhielden, twee gedaantes.
Lopers, broers,
met koude handen en volle woorden
over wat mooi is.
Het lied van Cohen
en de tijd die verstrijkt.
Ook toen sneeuwde het bos
langzaam dicht.
Straks zal de…
De ochtendmist maakt alles zacht,
doet bomen verdwijnen. Die mag ik zelf verzinnen.
Want er is geen verte. Er is alleen nu.
Een lichaam tot stilstand, een naakt veld.
Maar straks... Ja straks, werkelijk alles in de knop!
Dan kom jij me tegemoet, onbedekt, in een oranje-paars licht.
Tot die tijd - terwijl mijn wangen gloeien - blijf ik hier…
intussen woon ik al zo lang in de beweging
het lopen neemt de vorm aan
van mijn lichaam
nestelt
in mijn hoofd
maar waarom ik loop
je zoekt in je gedachten
vrijheid, verdriet, heimwee
en herkomst
en de eenzaamheid
om bij de bomen, de zee,
het veld, de hemel te zijn
en niet alleen
moest je vertrekken en
aankomen
de tussenliggende…