TUINMAN
Zijn klare wereld is verdwenen.
Over lange jaren daalt het doek.
Het huis kraakt even in zijn voegen.
De oude boom draagt gouden roest.
Ginds veegt tijd een verre vogel uit.
De uren en de muren, altijd daar
en altijddurend, zijn hardnekkig
in de waan van zijn bestaan.
Gasten kwamen, vrienden gingen.
Schaduwen zijn hem al voorgegaan…
GLABELLA, MY ONLY MASK
Geschiedenis
is schoudersmal en manshoog,
gestut door zand
dat steen zal worden.
Vogelvluchtig
fluitend op de ademnood
van een gemaskerde wind
nadert het.
Stapels zandzakken
weren het niet, een lage streek:
hij is uit velen genomineerd
onder een druk bespikkelde hemel.
Een mum. Een tel.
Het wit van een doel…
MOONIE, A GRIN SMILE
Stardate met de tijd.
Het oog van de maan knipt aan.
Een windklok schilfert
in haar licht.
Tijd verglijdt als een trage wolk.
Een zee krabbelt even terug;
vulkanen rochelen –
vurig ijs in een kelk die kolkt.
Geruchten over een vervaldatum
doen de ronde
onder aardgenoten –
gefladder van opgespelde vlinders…
De namen van de vaders en de zonen
worden kruis aan kruis hier uitgespeld.
Altijd nieuwe wind waait over steen
en bladert steeds nieuwsgierig weer in kruinen.
En lispelt in de stad van stilte
de namen van de vaders en de zonen.
Blad na blad en boom na boom
vertakt zich naar de hemel schreiend.
Een weeë welhaast goddeloze droom
van bloed…