ik buig mij voor de bomen
hun wortels diep in stille aarde
ontroerd door het groen dat ademt
voor elke bloem die zacht mijn dag kleurt
de wind vertelt mij oude verhalen
de bijen brengen zon in hun vleugels
ik adem in en voel
dit alles is een geschenk
de regen kust het dorre gras
de zon streelt de waterkant
ik glimlach naar de wereld om…
er zijn dagen
dat de lucht niet wijkt
je leven leert
met tegenslagen
zie hoe je stil staat
niet gebroken
doch buigt als gras
dat zijn wortels vertrouwt
ik herken de schaduw
in het licht van je ogen
als de hemel sluit
en hoogte ver lijkt
onthoud dan
ik ben de wind onder je vleugels
onzichtbaar
maar blijvend…
ik volg een weg die niet te vinden is
een kronkel tussen adem en gedachte
de grond herkent mijn twijfel
de lucht kent mijn verlangen
wat is richting als de wereld draait
wat is weten als ik enkel voel
soms lijkt verdwalen dichterbij
dan alles wat ik ooit bedoelde
de stilte spreekt in kleine gebaren
een blad dat valt een schaduw die wacht…
roerloos staren wij elkaar
diep in de ogen
een aanwezigheid van
teder geluk
geestelijk zijn wij
één geworden
de wereld was eventjes
blijven stilstaan
smachtend vallen we
in elkaars armen
en verdrinken en versmelten
in één wezen
we verliezen onszelf en
zijn de enige getuigen
van deze
volmaakte harmonie
rita g.declerck…
ze kwam uit het onzichtbare
gedragen door een adem die
niet van deze wereld leek
een vlinder als vloeibaar zonnegoud
haar vleugels trilden als gebed
elke aanraking smolt oude schaduwen
laat los wat je niet meer dient
open je voor wat geboren wil worden
minuten lang werd ik aarde en
tempel tegelijk
wortel en bloem
adem en ziel…
ik geloof dat ieder mens iets meedraagt
een vonk soms klein
verstopt onder stilte of twijfel
soms is er maar één blik nodig
één open deur
om dat licht weer ruimte te geven
wij zijn allemaal onderweg
struikelend zoekend groeiend
een kans is geen medelijden
het is vertrouwen in wat nog komt
als we mekaar blijven zien
niet als fouten maar…
ik liep door kamers waar ik mezelf vergat
tussen stemmen die vertelden wie ik moest zijn
ik droeg maskers die goed pasten
tot ik merkte dat ik eronder stikte
ik zocht mezelf in anderen
in hun ogen hun dromen hun goedkeuring
maar ik vond alleen stilte
en in die stilte
vond ik eindelijk mij
niet perfect niet af
maar echt
en dat is…
op een stille ochtend komt hij even kijken
een klein vogeltje blauw en geel
de pimpelmees blijft niet lang
hij zit hij kijkt hij zingt
zijn liedje is zacht
maar het vult de lucht
het zegt niets groots alleen dit
de dag mag beginnen
wanneer hij weer wegvliegt
blijft er iets achter dat niet weggaat
rust licht een kleine glimlach…