Vrede
netgedicht
Midden het jaarlijks feestgedrang,
overvloed van lampenschijn en zang,
tot beneden in een karige winterstal,
staan jij en ik, - niet van ver gekomen,
weinig koning en veel herder, - gebogen
over de onschuld van een slapend kind.
Van de houten Jozef naar zijn moeder,
zweeft de ouderlijke droom dat hun kleintje,
anders dan voorspeld, zoete…

Bezig met laden