inloggen

Alle inzendingen van Willem Elsschot

6 resultaten.
Sorteren op:

Spijt

gedicht
3,0 met 44 stemmen 13.670
Dat in gemelijke grillen ik mijn dagen kon verspillen, dat ik haar voorbijgegaan of een steen daar had gestaan, dat ik heel mijn zondig leven heb gekregen zonder geven, dat mij alles heeft gesmaakt, dat ik niets heb uitgebraakt, dat ik niet kan herbeginnen haar te dienen, haar te minnen…

De zee

gedicht
3,0 met 22 stemmen 13.414
Wat een machtig en woelerig deinen van baar op baar, bruisend opstaand en bruisend verdwijnend over elkaar. De stemklank der mensen die zingen maakt mij zo wrang; van verouderde krachtloze dingen spreekt mij hun zang. Doe uw geesten mij bouwen een woning diep in uw schoot, waar ik zingen zal als barenkoning tot mijne dood.…

BIJ HET DOODSBED VAN EEN KIND

gedicht
2,5 met 112 stemmen 28.271
De aarde is niet uit haar baan gedreven toen uw hartje stil bleef staan, de sterren zijn niet uitgegaan en 't huis is overeind gebleven. Maar al 't geklaag en dof gesnik, zelfs onder 't troostend koffiedrinken, het kon uw stem niet op doen klinken, noch licht ontsteken in uw blik. Gij zult wel nimmermeer ontwaken, want gij bleef roerloos…

BRIEF

gedicht
3,2 met 61 stemmen 18.106
Lamme smeerlap, met je baard, dor van geest maar dicht behaard, die ons daar stond aan te staren of wij huursoldaten waren. 'k Weet nog alles, luizig dier, ook al zit je ver van hier, teruggetrokken en stokoud in een blokhuis vol met goud. Dat je er Stein hebt uitgetrapt nadat hij je had verklapt hoe je schatten kon verdienen met…

MOEDER

gedicht
3,7 met 115 stemmen 46.688
Mijn moederke, ik kan het niet verkroppen dat gij gekromd, verdroogd zijt en versleten, zoals een pop waarin een hart zou kloppen, door 't volk bij 't heengaan in een huis vergeten. Ik zie uw knoken door uw kaken steken en diep uw ogen in het hoofd gedrongen. En ik ben gans ontroerd en kan niet spreken, wanneer gij zegt 'kom zit aan…

Het Huwelijk

gedicht
3,9 met 1198 stemmen 422.130
Toen hij bespeurde hoe de nevel van de tijd in d'ogen van zijn vrouw de vonken uit kwam doven, haar wangen had verweerd, haar voorhoofd had doorkloven toen wendde hij zich af en vrat zich op van spijt. Hij vloekte en ging te keer en trok zich bij de baard en mat haar met de blik, maar kon niet meer begeren, hij zag de grootse zonde in duivelsplicht…